Fiscaal
Alleen extra zuinige auto’s fiscaal voordeliger
Het kabinet heeft de normen aangescherpt voor wat ‘een zuinige auto’ genoemd mag worden. Vanaf medio volgend jaar moeten auto’s extra zuinig zijn om in aanmerking te komen voor de bijbehorende fiscale voordelen.
Deze aanpassing was nodig omdat inmiddels al een op de drie nieuw verkochte auto’s zo zuinig en schoon is dat hij in een fiscaal gunstiger categorie valt. Over vier jaar zou dat 60% van de auto’s zijn. De fiscale voordelen (voor bpm, bijtelling en motorrijtuigenbelasting) worden daarom vanaf 1 juli 2012 naar beneden bijgesteld.
Zo zullen uiteindelijk – in 2015 – de fiscale voordelen alleen nog gelden voor maximaal 12% zuinigste auto’s. Deze auto’s blijven vrijgesteld van bpm (aankoopbelasting op personenauto’s en motoren). De vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting voor de allerschoonste categorie blijft van kracht tot begin 2014, een jaar langer dan eerder aangekondigd.
Fiscale verlichting bij bedrijfsproblemen
Nederlandse tuinders hebben grote schade geleden door de problemen met de EHEC-bacterie in Duitsland, in juni van dit jaar. Voor die situatie zijn speciale maatregelen getroffen, maar daarnaast kunnen ondernemers die het moeilijk hebben, altijd gebruik maken van reeds bestaande mogelijkheden:
- de voorlopige aanslag inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over 2011 kan op verzoek worden verlaagd (of op nihil gezet) als het inkomen of de winst over 2011 laag of negatief zal zijn;
- ondernemers die in 2010 verlies hebben geleden maar de aangifte IB of Vpb nog niet hebben ingediend, doen er goed aan dat zo snel mogelijk alsnog te doen. Ze kunnen dan om een voorlopige verrekening vragen van 80% van het geleden verlies en eerder betaalde belasting terugkrijgen;
- ondernemers die door een crisissituatie in acute financiële nood zijn geraakt, kunnen met de fiscus overleggen over opschorting van invorderingsmaatregelen;
- is de onderneming een bv, dan kan de dga het ‘gebruikelijk loon’ verlagen (in overleg met de belastingdienst);
- als de bv niet meer aan haar fiscale verplichtingen kan voldoen, moet de betalingsonmacht zo snel mogelijk schriftelijk worden gemeld bij de belastingdienst. Dat voorkomt dat bestuurders privé aansprakelijk gesteld kunnen worden.
Betalingsonmacht altijd schriftelijk melden
Eventuele betalingsonmacht moet tijdig gemeld worden; dat is van het grootste belang voor bestuurders van een bv. Gebeurt dat niet, dan kunnen zij persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de niet betaalde belastingschulden.
Belangrijk is ook de manier waaróp de betalingsonmacht wordt gemeld. Dat moet altijd schriftelijk. De Belastingdienst stelde onlangs een bestuurder aansprakelijk voor onbetaald gebleven naheffingen loonbelasting omdat hij de betalingsonmacht niet schriftelijk gemeld had. Hij had weliswaar met een invorderaar gesproken over betalingsonmacht, maar dat gold volgens de Rechtbank Haarlem niet als een rechtsgeldige melding. Vanaf 4 juli 2010 zijn mondelinge meldingen taboe.
Schriftelijk melden kan via een brief (bij voorkeur aangetekend). U kunt ook bij de Belastingdienst een formulier downloaden, en dit invullen en opsturen.
Verlaagde btw op verbouwingen tot 1 oktober
Het verlaagde btw-tarief op het arbeidsloon bij verbouwingen geldt nog tot 1 oktober 2011 in plaats van 1 juli. Voorwaarde is wel dat de werkzaamheden voor 1 juli zijn begonnen en voor 1 oktober zijn afgerond. De woning moeten bovendien ouder dan twee jaar zijn.
De aannemer moet kunnen aantonen dat de werkzaamheden inderdaad voor 1 juli zijn begonnen. Een verbouwing geldt als ‘afgerond’ als de oplevering heeft plaatsgevonden en de consument het werk heeft aanvaard (wat ook kan blijken uit diens betaling).
Laag btw-tarief voor streetdance en zumba fitness
Danslessen vallen onder het lage btw-tarief van 6% als ze vergelijkbaar zijn met sportbeoefening. Daarom mocht een dansschool die cursussen streetdance en zumba fitness gaf, het lage tarief hanteren. De Rechtbank Haarlem vond namelijk dat vaardigheid, kracht en inzicht hier voorop stonden. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld stijldansen, waarbij het vooral om ritmisch gevoel, esthetiek en expressie gaat, zonder competitie-element. Danslessen in het kader van danswedstrijden vallen wél weer onder het lage btw-tarief.
Danscursussen voor de jeugd zijn geheel vrijgesteld van btw.
Geen overdrachtsbelasting voor waterwoning
Een waterwoning is geen onroerende zaak, zo heeft het Hof Den Bosch onlangs bepaald. Dat betekent dat er bij verkoop geen overdrachtsbelasting verschuldigd is. Het betrof een zogenaamde Marina, een drijvende woning die bestaat uit een betonnen caisson (drijflichaam) met een diepgang van 1,5 meter en een houten opbouw. De Marina is volgens het Hof geen onroerende zaak omdat zij niet duurzaam vastzit aan de bodem en niet dusdanig verbonden is met de oever dat er sprake is van ‘vereniging met de grond’ in de zin van de wet. Het Hof vernietigde in navolging van de Rechtbank Breda de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.
Heffings- en invorderingsrente derde kwartaal 2011 naar 2,75%
De tarieven van de heffings- en invorderingsrente voor het derde kwartaal 2011 zijn verhoogd naar 2,75%. Deze rente stond al zeven achtereenvolgende kwartalen op 2,5%.
Expatregeling aangepast
De staatssecretaris gaat de zogenaamde expatregeling aanpassen. Deze regeling (30% van het inkomen onbelast) werd ingesteld om Nederland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse werknemers. Onderzoek van RTL Nieuws wees uit dat behalve tienduizenden buitenlandse werknemers ook zo’n 2.000 Nederlanders die lang in het buitenland hebben gewerkt, er gebruik van maken. Daardoor loopt de fiscus zo’n 25 miljoen euro aan belastinginkomsten mis en dat is niet de bedoeling.
Verblijfkostenaftrek eigen rijders verhoogd
Vrachtwagenchauffeurs met een eigen truck (de zogenaamde eigen rijders) die meerdaagse internationale ritten maken, kunnen gebruik maken van verblijfskostenaftrek. In 2011 mogen zij een vast bedrag van € 32 (was: € 31 in 2010) per gereden dag van hun winst aftrekken. Bonnetjes hoeven niet bewaard te worden, alleen het aantal gereden dagen moet bewijsbaar zijn. Voorwaarden:
- de rit moet langer duren dan 24 uur (meerdaagse rit);
- de verste bestemming moet buiten Nederland liggen;
- het aantal gereden dagen moet aangetoond kunnen worden (bijvoorbeeld met tachograafschijven, facturen of rittenstaten);
- de vertrekdag en de terugkomstdag tellen elk voor een halve dag.
Kiezen voor aftrek van de werkelijke verblijfskosten mag ook. In dat geval moet met bewijsstukken aannemelijk worden gemaakt dat deze kosten hoger waren dan het vaste bedrag per gereden dag. Bovendien geldt er een wettelijke aftrekbeperking.
Nog even voor de duidelijkheid: deze regeling voor verblijfkostenaftrek geldt alleen voor eigen rijders, dus niet voor chauffeurs in loondienst.
Griffierecht fors omhoog
Een gang naar de rechter kost geld, het zogenaamde griffierecht. De minister van Justitie heeft een wetsvoorstel ingediend om deze leges per 1 juli 2012 te verhogen. Het griffierecht moet kostendekkend worden, wat een bezuiniging zou opleveren van 230 miljoen euro. De belangrijkste onderdelen van het wetsvoorstel:
- griffierecht voor familiezaken voor de kanonrechter: € 125;
- familiezaken en zaken tegen de overheid (fiscus, gemeente, Uwv) bij de rechtbank: € 500;
- bij overige zaken wordt het griffierecht afhankelijk van het financieel belang; zaken tot € 500 gaan minimaal € 125 kosten;
- onvermogenden, minvermogenden en middeninkomens krijgen een compensatie van respectievelijk 75, 50 en 25% van het standaardtarief;
- het tarief in hoger beroep en cassatie wordt 2,5 keer het tarief in eerste aanleg. Bij belastingzaken komt dat neer op € 1.250;
- ook de verweerder moet voortaan griffierecht betalen, behalve bij de kantonrechter;
- een ander wetsvoorstel regelt dat de grens voor zaken die voor de kantonrechter kunnen komen, omhoog gaat van € 5.000 naar € 25.000.
In veel gevallen wordt verhaal halen dermate prijzig dat critici vrezen dat veel burgers zullen afzien van een gang naar de rechter. Een parkeerboete zul je bijvoorbeeld niet zo snel meer ‘laten voorkomen’. Tegelijkertijd zal de Belastingdienst er gemakkelijker een schepje bovenop kunnen doen bij aanslagen etc. omdat ze minder weerwerk hoeven te verwachten.
Gebruik auto van de zaak bij tweede werkgever was privégebruik
Als een auto van de zaak ook wordt gebruikt voor werkzaamheden voor een andere dienstbetrekking, dan geldt dat als privégebruik. Ook als de kosten van het autogebruik worden betaald door de tweede werkgever. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bepaald in een zaak van een werknemer die zijn Porsche Cayenne Turbo voor twee werkgevers gebruikte.
Er volgt geen bijtelling als de tweede werkgever de auto mede ter beschikking stelt, of als de tweede dienstbetrekking binnen de eerste dienstbetrekking wordt uitgeoefend.
Alweer een maas minder
Banken zijn meesters in het bedenken van creatieve constructies om fiscaal voordeel te behalen, waarbij gebruik wordt gemaakt van mazen in de wet. Maar soms gaat het mis. Dat blijkt nu het geval te zijn bij het zogenaamde GrondwaardePlan van een dochter van MeesPierson.
Het idee op zich was briljant. Je verkocht de grond waarop je huis staat aan de bank, die het meteen daarop weer teruggaf in erfpacht. Na 10 jaar kon je de grond weer terugkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs, die afnam met de betaalde canon-bedragen. Aangezien erfpacht aftrekbaar is, kwam het er in feite op neer dat je geld leende van de bank, waarbij de niet-aftrekbare rentes en aflossingen alsnog aftrekbaar waren gemaakt.
De Rechtbank Den Haag stak hier een stokje voor, omdat het inging tegen het doel en de strekking van de eigenwoningregeling.
We hadden verwacht dat er hoger beroep zou worden ingesteld maar dat is niet gebeurd.
Huurtoeslag en zorgtoeslag aanvragen
De sluitingsdatum voor het aanvragen van toeslagen over 2010, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag, was 1 april 2011. Deze datum geldt echter niet als u uitstel heeft gekregen voor het indienen van de aanslag inkomstenbelasting. In dat geval mag u de aanvraag indienen tot de datum waarop het uitstel afloopt. Een toeslagaanvraag is ook nog op tijd als die wordt ingezonden voor het verstrijken van de aanmaningstermijn die de inspecteur heeft gesteld voor het doen van aangifte.
De verlenging van de termijn geldt niet als iemand niet verplicht is IB-aangifte te doen en dit, bijvoorbeeld, pas twee jaar na het toeslagjaar besluit te doen. De verlenging geldt ook niet als de inspecteur na de datum van 1 april vindt dat een belastingplichtige alsnog aangifte inkomstenbelasting moet doen over het berekeningsjaar.
SBR – Minder steeds hetzelfde invullen vanaf 2013
Het kabinet heeft met marktpartijen en overheidsorganisaties afgesproken dat er één standaard komt voor het aanleveren van financiële informatie aan de Belastingdienst, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Kamer van Koophandel (KvK). Daartoe gaat de overheid vanaf 1 januari 2013 werken met de zogenaamde SBR-standaard (Standard Business Reporting) voor de aangiften inkomsten- en vennootschapsbelasting.
Het gaat om aangiften via softwarepakketten of intermediairs (zoals accountants). De komende jaren kunnen ook andere belastinggegevens, en de aanlevering van statistieken bij het CBS en van de jaarrekening bij de KvK, steeds meer via de SBR-standaard plaatsvinden.
Het kabinet gaat ook een ondernemingsdossier invoeren ter vereenvoudiging van de gegevensvastlegging, met als doel lagere regeldruk. Bedrijven vullen dit elektronisch dossier eenmalig in met door overheden gevraagde gegevens, en vervolgens machtigen ze overheden om het dossier in te zien. Het ondernemingsdossier wordt vanaf het vierde kwartaal 2011 ingevoerd in onder meer de horeca, de recreatie en de rubber- en kunststofindustrie.
Aankoopkosten deelneming niet aftrekbaar
Een bv die een deelneming (aandelenbelang van 5% of meer) koopt in een andere vennootschap, mag de daarmee samenhangende ‘aankoopkosten’ niet aftrekken van de winst. Aankoopkosten zijn kosten die te maken hebben met de verwerving van de aandelen, zoals advieskosten en notariskosten. Deze kosten zijn ook niet aftrekbaar als de bv meteen na aankoop van de deelneming een fiscale eenheid daarmee aangaat. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bepaald in een zaak waar een aftrek van € 234.000 aan aankoopkosten ter discussie stond.
Aankoopkosten zijn niet aftrekbaar – in tegenstelling tot advieskosten etc. die te maken hebben met de gewone bedrijfsvoering – vanwege de deelnemingsvrijstelling.
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit geldt niet bij vermogensbeheer
De Successiewet bevat een regeling die fiscale belemmeringen bij bedrijfsopvolging moet voorkomen. Bedrijven zouden anders niet voortgezet kunnen worden vanwege de verschuldigde erf- of schenkingsbelasting. Deze belasting wordt kwijtgescholden voor 83% van de waarde van de verkregen aandelen of van de onderneming. Voor zover de waarde van de onderneming minder is dan € 1.006.000, is de vrijstelling zelfs 100%.
De vennootschap moet wel een onderneming drijven. De faciliteit geldt dus niet bij een geldzak-bv. Het idee daarachter is dat dat ook niet nodig is, omdat belasting betalen in zo’n geval geen problemen oplevert voor de continuïteit van het bedrijf. Er kunnen dan immers ‘eenvoudig’ vermogensbestanddelen worden verkocht om de belasting te betalen. (Waarbij gemakshalve voorbij wordt gegaan aan het feit dat panden op dit moment helemaal niet zo ‘eenvoudig’ te verkopen zijn.)
Bij de Rechtbank Haarlem diende onlangs een zaak waarin de vraag centraal stond of vastgoedactiviteiten van een bv in aanmerking kwamen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Het ging om een bv die panden kocht en daarna verkocht of verhuurde. De dga van de bv werkte nauw samen met zijn zoon, die een makelaarsbedrijf had. De makelaardij van de zoon inde de huur, en de bv van de vader onderhield de panden. Na het overlijden van de vader erfden de zoon en zijn zus de aandelen van de bv. De zoon deed een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit maar de inspecteur stelde dat de activiteiten van de bv beschouwd moesten worden als vermogensbeheer en dat de bv geen onderneming dreef met de vastgoedactiviteiten. De rechtbank was het daarmee eens en oordeelde dat de faciliteit terecht was geweigerd.
Gevangenisstraf na onzin-aangifte
Opzettelijk onjuiste aangifte doen is strafbaar en kan tot gevangenisstraf leiden. De Rechtbank Breda veroordeelde onlangs een man tot vier maanden cel, omdat hij in 2006 en 2007 aangiften met absurde bedragen had ingediend. Hij had een loon opgevoerd van meer dan een half miljoen, terwijl hij maar € 7.000 had verdiend. Daarnaast had hij vier ton aan giften en een zelfde bedrag aan rente afgetrokken. Ook vroeg hij € 68.000 te veel terug aan btw. Zijn verweer dat iemand anders deze aangiften moest hebben ingevuld, maakte geen indruk op de rechter. De man moest in totaal zeven maanden de cel in omdat hij eerder drie maanden voorwaardelijk had gekregen vanwege oplichting.