Home
Over VAA
Nieuws
Leden
Online Diensten
Links
Sitemap
Nieuws
Laatste Nieuws
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief Archief
nieuwsbrief mei 2008
Nieuws
03 januari 2012
Einde Jaarstips 2011
03 januari 2012
Nieuwsbrief september 2011
03 januari 2012
Nieuwsbrief december 2011
12 juli 2011
Nieuwsbrief Juli 2011
05 juli 2011
Nieuwsbrief Mei 2011
meer...
>> Nieuwsbrief
Fiscaal
Extra aandacht voor box 3 bij controle IB 2007
De fiscus heeft aangekondigd dat bij de aangiften inkomstenbelasting over 2007 extra aandacht besteed gaat worden aan box 3. Het gaat daarbij onder andere om: spaartegoeden, een eventuele tweede woning, aparte garages en beleggingen (waaronder ook beleggingsonroerend goed). Met name op het vastgoed zal extra goed worden gelet.
Opbiechten scheelt boete
De fiscus adviseert Nederlanders die geheime spaarrekeningen in Liechtenstein hebben, zichzelf te melden. Ze kunnen dan op grond van de inkeerregeling een flinke boete voor belastingontduiking ontlopen.
Rekeningen in Liechtenstein kwamen onlangs in het nieuws toen de Duitse fiscus een cd-rom met namen en rekeningnummers in handen kreeg. Of die cd-rom ook gegevens van Nederlanders bevat is niet bekend, maar men houdt er wel rekening mee.
De fiscus is zeer actief (en succesvol) bij het opsporen en beboeten van zwartspaarders. In 2007 werd EUR 135 miljoen aan naheffingen en boetes opgelegd.
Fout van de Belastingdienst zonder gevolgen
De automatische incasso voor de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting, die gepland stond voor december 2007, is door een fout van de Belastingdienst pas begin januari 2008 uitgevoerd. Dat zou onwenselijke gevolgen kunnen hebben voor de rendementsgrondslag in box 3 in 2007 en 2008. De staatssecretaris heeft daarom goedgekeurd dat de grondslag berekend mag worden alsof de incasso wél in december 2007 heeft plaatsgevonden.
In de praktijk komt het erop neer dat u bij de aangifte inkomstenbelasting 2007 en/of 2008 het bedrag van de (niet vrijgestelde) bezittingen kunt verlagen met het bedrag van de niet tijdig afgeschreven termijn. Het totaal van de bezittingen mag echter niet lager dan nul worden.
Ook de voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting zijn te laat afgeschreven. Er is toegezegd dat afgezien zal worden van het in rekening brengen van rente.
Vooruitbetalen alleen na voorlopige aanslag
Heffingsrente kan grotendeels voorkomen worden door belasting al in het lopende jaar te betalen. Dat kan echter alleen op basis van een voorlopige aanslag.
Een belastingbetaler die op eigen initiatief eind 2004 een bedrag van EUR 44.000 overmaakte voor de inkomstenbelasting 2004, moest eind 2006 tot zijn schrik tóch bijna EUR 4.500 heffingsrente betalen toen de definitieve aanslag binnenkwam. Volgens de inspecteur had hij verzuimd een voorlopige aanslag aan te vragen.
De Rechtbank Haarlem bevestigde dat er alleen belasting betaald kan worden na ontvangst van een (al dan niet voorlopige) aanslag, maar dat had de fiscus wel moeten melden binnen drie maanden na ontvangst van het vooruit betaalde bedrag van EUR 44.000. Omdat dat niet gebeurd was, mocht de belastingbetaler ervan uitgaan dat de zaak in orde was. De Rechtbank besliste dat vanaf 1 april 2005 rekening gehouden moest worden met het bedrag van EUR 44.000 voor de berekening van de heffingsrente.
Afwikkeling rekening-courantschuld na staken onderneming
Veel ondernemers vragen zich af hoe je om moet gaan met het aflossen van schulden na het staken van een onderneming. Dat kan bijvoorbeeld door het afsluiten van een hypotheek, maar verwacht daar fiscaal geen wonderen van.
Een ondernemer sloot na het staken van zijn onderneming een hypotheek af voor het aflossen van zijn zakelijke rekening-courantschuld en voor het betalen van zakelijke crediteuren. De rente over de hypotheek trok hij af bij zijn aangifte inkomstenbelasting als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. Het idee daarachter was dat de hypotheek was aangegaan ten behoeve van de onderneming.
De inspecteur vond echter dat de hypotheek de plaats had ingenomen van de rekening-courantschuld en de crediteurenschulden, en dat die hypotheek na het staken van de onderneming tot het privé-vermogen behoorde. Het Hof Leeuwarden was het daarmee eens en bevestigde dat de rente niet als nagekomen kosten van de onderneming aangemerkt konden worden.
Uiteraard vermindert de schuld wel de rendementsgrondslag in box 3.
Boetebeleid bij niet opgegeven lijfrente
Rechters wegen fouten bij het opgeven van lijfrente-uitkeringen niet altijd even zwaar. Zo legde de Rechtbank Haarlem onlangs een boete op van 25% van het nagevorderde bedrag. De inspecteur had een boete van 50% geëist, maar dat vond de rechter te hoog omdat er geen sprake was van opzet. Dat de man zijn lijfrentegegevens per ongeluk in de verkeerde map had opgeborgen, bestempelde de rechter wel als 'grove schuld'.
In een vergelijkbaar geval in Leeuwarden, waarbij eveneens geen opzet in het spel was, schold de rechter de boete van 50% echter geheel kwijt.
Naar de rechter stappen kan dus lonend zijn in zulke situaties, ook al kan de hoogte van het voordeel verschillen.
Inhalige inspecteur krijgt lid op de neus
Bij de beëindiging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een privé-pand aan een vennootschap, moet een (eind)afrekening plaatsvinden voor de inkomstenbelasting omdat het pand door het beëindigen van de tbs-verhouding verhuist van box 1 naar box 3. Bij de Rechtbank Haarlem diende onlangs een zaak met als inzet de taxatiewaarde van zo’n pand, met als uitkomst dat de inspecteur met nog minder naar huis ging dan wanneer hij de aangifte gewoon had geaccepteerd.
De eigenaar had het pand per 1 januari 2001 laten taxeren op EUR 578.570 en stelde de overdrachtswaarde naar box 3 op EUR 578.570. Hij verantwoorde daarmee een belastbare winst van EUR 20.420 in zijn aangifte (namelijk de tot 1 juli 2002 in aanmerking genomen afschrijvingen). De inspecteur taxeerde het pand per 30 juni 2002 op EUR 500.000 en stelde door middel van terugrekenen dat het per 1 januari 2001 EUR 467.000 waard was geweest. Daarbij baseerde de inspecteur zich op inlichtingen van de rijkstaxateur over marktconforme waardestijgingen. Het gevolg van een en ander was dat de inspecteur op een boekwinst uitkwam van € 53.420, dus meer dan het dubbele van datgene wat de eigenaar becijferd had.
De Rechtbank Haarlem oordeelde echter dat het onvoldoende was om de waarde op 1 januari 2001 af te leiden uit de informatie van de rijkstaxateur en handhaafde de door de eigenaar getaxeerde waarde van EUR 578.570. De taxatiewaarde van de inspecteur per 30 juni 2002 bleef wél staan. De eigenaar mocht daarom een boekverlies van EUR 78.570 (578.570 minus 500.000) in aanmerking nemen, wat juist gunstiger was dan in zijn eigen opzet.
Terbeschikkingstelling privé-grond is werk
Een echtpaar verhuurde twee privé-terreinen aan een vennootschap, waarvan het echtpaar alle aandelen bezat via een andere bv. Daarin had de man 88% van de aandelen en de vrouw de rest. Ook ontvingen ze rente voor de vordering die ze hadden op de laatstgenoemde bv. De inspecteur nam 50% van beide voordelen in aanmerking als resultaat uit een werkzaamheid, bij de man én bij de vrouw.
Het echtpaar vocht dit aan tot bij de Hoge Raad, maar kreeg ook daar nul op het rekest. De Hoge Raad redeneerde dat de wetgever deze terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen aan een bv door een aanmerkelijkbelanghouder als werkzaamheid bestempelt om een drempel op te werpen tegen het transformeren van hoog belast inkomen in box 1 naar lager belast inkomen in box 3. Het echtpaar was volgens de Hoge Raad niet onredelijk behandeld.
Bedrijfspand had restwaarde
Een bv in keukenproducten nam in 2001 een nieuw bedrijfspand in gebruik en schreef vanaf dat moment 4% van de kostprijs van het pand af, zonder rekening te houden met een restwaarde. De inspecteur vond dat niet terecht en corrigeerde de aangiften vennootschapsbelasting.
De Rechtbank Leeuwarden steunde de inspecteur, omdat het volgens de rechter alleen redelijk is om geen restwaarde te rekenen als het pand aan het eind van de gebruiksperiode niet te gelde te maken is en gesloopt moet worden om plaats te maken voor nieuwbouw. De bv moest dus toch een restwaarde van 20% hanteren, conform de eis van de inspecteur.
Joyriding met geschorste auto
Wie van plan is een tijdje geen gebruik te maken van zijn auto, kan motorrijtuigenbelasting besparen door het kenteken te laten schorsen. Vanzelfsprekend mag de auto dan niet gebruikt worden en evenmin op de openbare weg geparkeerd worden. Maar óók moet je er goed op letten dat anderen niet zonder toestemming in de auto gaan rijden, omdat er dan een naheffingsaanslag (met boete) kan volgen.
Wat gebeurt er nu als je eigen kind stiekem met de geschorste auto op stap gaat en geflitst wordt? Je hebt geen toestemming gegeven, dus zou je verwachten dat er geen naheffing en geen boete volgt. Jammer maar helaas. In een dergelijk geval oordeelde de rechter onlangs dat de vader zijn eigen kind gewoon beter in toom had moeten houden; dat was zijn eigen verantwoordelijkheid.
Berg de sleutels dus altijd heel goed op
Overdrachtsbelasting voorkomen
Een maatschapscontract waarin de bedrijfsopvolging binnen de familie geregeld is, is op zich niet voldoende om te voorkomen dat er overdrachtsbelasting betaald moeten worden. Daar is meer voor nodig, getuige een zaak die onlangs voorkwam bij het Hof Arnhem.
Een boer en zijn zoon dreven samen een maatschap. Na het overlijden van de vader erfden de moeder, zoon en broer ieder voor 1/3 gedeelte. De moeder erfde de goederen terwijl de zoon en de broer ieder een geldvordering kregen op hun moeder. Op basis van een overnemingsbeding in het maatschapscontract nam de zoon twee bedrijfspanden over. De inspecteur vond dat hij hiervoor overdrachtsbelasting moest betalen en het Hof Arnhem vond dat terecht.
Er zou geen overdrachtsbelasting verschuldigd zijn geweest als de zoon de panden tegen een redelijke prijs had overgenomen van de moeder, op grond van een bepaling in het erfrecht die zegt dat de rechthebbende door de kantonrechter verplicht kan worden tot een dergelijke overdracht. Ook in die situatie is sprake van een verkrijging krachtens erfrecht, waardoor over de verkrijging van de onroerende zaken geen overdrachtsbelasting is verschuldigd.
Voor optimale veiligheid adviseren we u om in situaties waarin ouders en kinderen samenwerken in een onderneming, de bedrijfsopvolging zowel in de samenwerkingsovereenkomst als testamentair te regelen
Privé-schenking is niet zakelijk
Een zoon leende geld van zijn ouders en stelde het ter beschikking aan zijn eigen bv. Nadat de ouders de lening kwijtscholden was de zoon schenkingsrecht verschuldigd. De zoon meende dit bedrag als kosten in mindering te kunnen brengen op het resultaat uit de terbeschikkingstelling in box 1, omdat het immers zakelijk was aangewend. De inspecteur ging daar niet mee akkoord.
Het Hof Arnhem steunde de inspecteur in zijn oordeel, omdat de ouders de schenking uit persoonlijke motieven hadden gedaan en niet in het kader van de terbeschikkingstelling. Dat was een persoonlijke keuze van de zoon geweest. De schenking was dus geen 'resultaat uit overige werkzaamheden' en het bijbehorende schenkingsrecht daarom ook niet.
Als de ouders het geld rechtstreeks in de bv van hun zoon hadden gestopt, was dat voor het recht van schenking waarschijnlijk nog ongunstiger geweest (vanwege het hoge ‘derden’-tarief).
Nieuwe rechtspraak Hoge Raad over veldinventaris
Volgens de Hoge Raad moet de zogenaamde veldinventaris in de land- en tuinbouw geactiveerd worden. Dat wil zeggen dat de kosten voor zaai- en pootgoed, kunstmest, gewasbescherming, loon, etc. eerst op de balans gezet moeten worden en pas in het oogstjaar ten laste van de winst kunnen komen. Dat zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben.
Het ging om twee proefprocessen over de winstbepaling in de glastuinbouw. Daarbij stond de vraag centraal of de uitgaven voor glastuinbouwproducten met een jaarlijkse teeltcyclus (maar met een oogst in een later boekjaar), ten laste moeten komen van het boekjaar waarin de uitgaven zijn gedaan, óf dat de kosten van de veldinventaris eerst geactiveerd moeten worden en pas in het oogstjaar ten laste van de winst kunnen komen.
Jaren geleden (in 1957 en 1960) had de Hoge Raad zich al uitgesproken hierover, namelijk dat de veldinventaris niet geactiveerd hoefde te worden, maar daar is men nu dus op teruggekomen. De reden daarvoor is dat er vanwege de technologische vooruitgang in de land- en tuinbouw geen reden meer is om boeren en tuinders afwijkend te behandelen.
De gevolgen hiervan kunnen zeer verstrekkend zijn. Mogelijk komt er ook nu een ingroeiregeling.
Bedrijfskleding
Bedrijven mogen de werkkleding van hun werknemers onbelast vergoeden. Voorwaarde is wel dat deze kleding ongeschikt is om buiten werktijd gedragen te worden.
Dat is met name het geval wanneer de kleding voorzien is van een goed zichtbaar bedrijfslogo van minstens 70 cm2. Maar ook 'uniformen' (zonder logo) kunnen opgevat worden als bedrijfskleding, bijvoorbeeld de uniformen van soldaten, piloten en stewardessen.
Bij de Hoge Raad diende onlangs een zaak over de werkkleding van een verhuisbedrijf (broek, poloshirt, sweater en jas). Deze kleding bevatte weliswaar het logo 'Erkende verhuizers' maar aangezien dat kleiner was dan 70 cm2 werd dat niet geaccepteerd. Ook een poging van het verhuisbedrijf om zijn kleding als uniform te beschouwen ging de mist in.
Bedrijfskleding 2
Personeel van kledingwinkels kan vaak met een flinke korting de kleding aanschaffen die de winkel verkoopt (omdat de winkelier het prettig vindt als zijn verkopers en verkoopsters die kleding showen tijdens hun werk). Een uitspraak van de Rechtbank Den Haag lijkt een einde te maken aan deze aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde.
Een damesmodeketen die personeel verplichtte om kleding uit de eigen collectie te dragen, en deze met 60% korting aanbood, kreeg van de inspecteur een naheffingsaanslag voor de verleende kortingen. Het bedrijf protesteerde, en stelde dat het een vrije verstrekking betrof. De rechtbank oordeelde echter dat het hier geen werkkleding betrof of kleding die na het werk achterbleef in de winkel, want het personeel kon de spullen ook in de vrije tijd dragen.
Kledingwinkels kunnen zulke naheffingen mogelijk voorkomen door de kleding na het werk te laten opbergen in kluisjes. Maar werken in een kledingzaak wordt dan wel een stuk minder aanlokkelijk.
Geen landbouwvrijstelling voor verpachte landbouwgrond
Waardeverandering van landbouwgrond is vrijgesteld van belastingheffing, op grond van de landbouwvrijstelling (mits de waardeverandering niet het gevolg is van een bestemmingswijziging). Winst is daardoor onbelast maar omgekeerd zijn de eventuele verliezen ook niet aftrekbaar. Voorwaarde is wel dat de grond niet alleen tot het ondernemingsvermogen behoort, maar ook feitelijk als landbouwgrond in gebruik is bij het eigen (!) bedrijf.
Een bloemenkwekerij die jarenlang een weiland verpachtte aan een veehouder, en de grond daarna verkocht met een boekwinst 1,6 miljoen euro, kon volgens de inspecteur geen beroep doen op de landbouwvrijstelling. De kwekerij had de grond namelijk niet zelf gebruikt voor het uitoefenen van het landbouwbedrijf, zo bevestigden ook het Hof Arnhem en de Hoge Raad.
'Tekenen onder protest' heeft geen zin
De inspecteur doet vaak een correctievoorstel voor de aangifte, nadat hij onjuistheden heeft geconstateerd. Het bedrijf krijgt dan bedenktijd om een naheffing en/of boete te accepteren.
Een ondernemer die onder protest akkoord ging met zo'n voorstel, en daarna bericht kreeg dat hij de voorgestelde correcties had aanvaard, stapte naar de rechter omdat hij vond dat de fiscus hem ontoelaatbaar onder druk had gezet om te tekenen. Het Hof Den Bosch oordeelde dat de inspecteur de kwestie voldoende had besproken met de vennootschap en geen onredelijke druk had uitgeoefend. De ondernemer had uitgebreider bezwaar moeten maken dan alleen maar melden dat hij onder protest akkoord ging. Dat heeft dus geen zin.
Fiscus controleert bouwbranche
Op dit moment wordt de bouwbranche strenger dan voorheen gecontroleerd op de naleving van de fiscale wet- en regelgeving. Daartoe bezoeken medewerkers van de belastingdienst diverse bouwlocaties. Tijdens deze controles stellen zij ook vragen aan de aanwezige werklieden, die zich moeten kunnen identificeren.
Bij reeds uitgevoerde controles bleek in 20% van de gevallen te worden gezondigd tegen de fiscale regels.
Ook particulieren moeten oppassen met het inschakelen van zwartwerkers. Zonder bonnen of facturen wordt er geen hypotheekrenteaftrek geaccepteerd, zo waarschuwt de fiscus. Men kan dan niet hard maken dat de schuld is aangegaan voor de verwerving, de verbetering (denk aan verbouwingen en herbouw) of het onderhoud (denk aan schilderwerk) van de woning.
Verkoop bedrijfspand is winst uit onderneming
De winst uit de verkoop van een pand dat aanvankelijk is gekocht voor het starten van een onderneming, geldt als winst uit onderneming. Dat heeft de Rechtbank Haarlem onlangs bevestigd.
Het ging om een docent beeldende kunst die een pand kocht dat hij wilde gaan gebruiken als atelier- en lesruimte. Toen hij in de aanloopfase van zijn onderneming een geschikter pand vond, verkocht hij het eerste pand en rekende hij de winst tot zijn inkomen uit sparen en beleggen, wat fiscaal gunstiger was. De inspecteur vond echter dat de transactie had plaatsgevonden in het kader van de onderneming en merkte het geheel als ondernemingsvermogen aan, waardoor de boekwinst werd belast in box 1. De rechtbank vond dat terecht.
Natuurlijk is ook het omgekeerde mogelijk. Was het pand in kwestie met verlies afgestoten, dan zou dit verlies aftrekbaar zijn geweest. (Al zou de inspecteur dan waarschijnlijk gesteld hebben dat
het verlies tot het inkomen uit sparen en beleggen had behoord.)
Terbeschikkingstelling in opstartfase
Tot voor kort oordeelden rechters meestal dat de terbeschikkingstellingsregeling (tbs) pas van toepassing is op het moment dat iemand een privé-vermogensbestanddeel
feitelijk
ter beschikking stelt aan een bv waarin hij een aanmerkelijk belang bezit. In dat beleid lijkt echter verandering te komen.
Zo oordeelde de Rechtbank Haarlem op 29-11-2007 nog dat een DGA die bij zijn aangifte inkomstenbelasting over 2002 het verschil tussen ontvangen depotrente en rente over een lening die hij voor de financiering van een winkelunit in aftrek wilde brengen (als negatief voordeel uit ter beschikking gesteld vermogen), dit ten onrechte had gedaan. Hij had de lening die hij hiervoor in privé had gesloten, pas in 2003 aan de bv overgedaan en ook de winkelunit was pas in 2003 gekocht. De Rechtbank verwierp het argument dat het om kosten ging die in de opstartfase van de onderneming waren gemaakt.
De Rechtbank Breda deed op 20-2-2006 een gelijksoortige uitspraak.
Een tandarts die in 2000 privé een pand kocht, bedoeld om een tandartspraktijk in te vestigen, mocht van de Rechtbank Breda in 2002 geen bedrag in mindering brengen op zijn inkomen uit werk en woning, omdat de verbouwing pas in 2003 klaar was en er in 2002 feitelijk nog geen sprake was van terbeschikkingstelling.
Op 12-12-2007 bepaalde het Hof Den Bosch echter dat de tandarts tóch recht had op aftrek, omdat hij het pand had aangeschaft met de bedoeling het ter beschikking te stellen aan zijn bv. Daarom was van meet af aan de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing, zo vond het Hof.
Overig nieuws
Banksparen van start
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om (onder bepaalde voorwaarden) bij een bank belastingvrij te sparen voor je pensioen of de aflossing van een hypotheek. Tot nu toe kon dat alleen bij een verzekeraar. De verwachting is dat de nieuwe wet ertoe zal leiden dat deze verzekeringsspaarproducten goedkoper en transparanter worden voor de consument.
Op dit moment is er bij verzekeringsparen vaak sprake van (ondoorzichtige) bijkomende kosten die het rendement drukken. Bij banksparen is helderder welk rendement het ingelegde bedrag zal hebben.
Bankspaarders moeten bij het vergelijken van aanbiedingen wel bedenken dat zij mogelijk het risico van voortijdig overlijden moeten afdekken via een afzonderlijke overlijdensverzekering. Zo'n verzekering is bij verzekeringsparen vaak onderdeel van het spaarproduct.
Overtreding relatiebeding kan in de papieren lopen
Werkgevers nemen vaak een (non-)concurrentie- of relatiebeding op in arbeidsovereenkomsten. In een relatiebeding staat gedurende welke periode een werknemer na beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen werkzaamheden mag doen voor relaties van de werkgever.
Op overtreding staat een boete die hoog kan oplopen, zo ondervond een werknemer die was overgestapt naar de vennootschap van een oud-collega. Hij ging daarin onder meer werk doen voor cliënten die zijn oud-collega tegen betaling had overgenomen van zijn vorige werkgever.
De kantonrechter vond dat een overtreding van het relatiebeding, hoewel de vroegere werkgever hiervan geen schade ondervond, omdat de cliënten immers tegen betaling waren afgestaan aan de vennootschap. De man kreeg een boete van EUR 31.500. Die zou volgens de kantonrechter nog hoger zijn geweest als hij bij de vroegere werkgever een gezichtsbepalende functie had gehad.
Besluiten buiten vergadering riskant bij derdenbestuurders
Een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) kan ook buiten een vergadering besluiten nemen, mits alle aandeelhouders aan de stemming kunnen deelnemen. Dat is vaak praktisch als er één DGA is, maar kan complicaties geven als de bv ook derdenbestuurders heeft.
Dit ondervond de AVA van een bedrijf dat buiten vergadering de directie van een dochtermaatschappij ontsloeg. Daarbij had men echter geen rekening gehouden met het Burgerlijk Wetboek, dat zegt dat bestuurders en commissarissen een adviserende stem hebben in de AVA. Rechtbank en Hof verklaarden het ontslag nietig, omdat de AVA geen advies aan de bestuurder van de dochter (zijnde de enig aandeelhouder) had gevraagd.
Domicilie kiezen bij de notaris
Het is raadzaam om in koopaktes beide partijen domicilie te laten kiezen ten kantore van de notaris waar de overdracht plaatsvindt. Dit maakt het makkelijker om een in gebreke blijvende partij schriftelijk aan te spreken op zijn verplichtingen. Voor het versturen van een aanmaning heeft de eisende partij immers een adres nodig.
Als wel een adres bekend is (van de in gebreke blijvende partij), is het verstandig de brief zowel naar dat adres als naar het notarisadres te sturen. De aanmaning naar de kopende makelaar sturen is onvoldoende, want deze is meestal niet gemachtigd om de aanmaning in ontvangst te nemen namens de koper.
Sommige koopcontracten bevatten de bepaling dat een ingebrekestelling moet gebeuren via een deurwaardersexploot. Dat betekent dat u de aanmaning moet laten betekenen door een deurwaarder, die deze vervolgens aflevert op het woonadres van de wederpartij óf op het kantooradres van de notaris waar domicilie gekozen is.