maart 2009
Nieuws
03 januari 2012 Einde Jaarstips 2011 03 januari 2012 Nieuwsbrief september 2011 03 januari 2012 Nieuwsbrief december 2011 12 juli 2011 Nieuwsbrief Juli 2011 05 juli 2011 Nieuwsbrief Mei 2011 meer... >> Nieuwsbrief
Fiscaal  Loonheffing voor klusjesmanParticulieren, opgepast! Niet alleen bedrijven maar ook particulieren moeten oppassen met het inhuren van hulptroepen. Voor je het weet is er sprake van een (fictieve) dienstbetrekking, waardoor er loonheffing en premies ingehouden en afgedragen moeten worden. We onderscheiden twee situaties. Stel dat u als particulier een klusjesman inhuurt ten behoeve van ‘inkomensgenererende activiteiten’. Bijvoorbeeld om te gaan timmeren in een pand dat u verhuurt. Als zo’n klusser niet in dienst is bij een onderneming, en zelf geen ondernemer is, dan kan het gebeuren dat de fiscus zijn werkzaamheden aanmerkt als een (fictieve) dienstbetrekking. Over het loon moet u dan loonheffing en premies inhouden en afdragen, ook als uw klusjesman maar kort voor u werkt. Anders kan de fiscus een naheffing opleggen, eventueel verhoogd met een boete. U kunt dit voorkomen door niet met anonieme  klusjesmannen te werken en bij twijfel altijd te vragen naar een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Let op: vraag naar een VAR-WUO (Winst Uit Onderneming) of een VAR-DGA (Directeur Groot Aandeelhouder). Aan een VAR-ROW (Resultaat Overige Werkzaamheden) heeft u niets! Gaat het om privé-werkzaamheden, zoals het vervangen van lampjes of het repareren van lekkages in uw eigen huis, dan hangt het ervan af hoe lang uw klusjesman bezig is. Is hij niet meer dan drie dagen voor u in touw, dan kunt u de loonheffing overslaan. De klusser moet uiteraard wel zelf zijn inkomsten verwerken in zijn aangifte inkomstenbelasting. Er is sprake een fictieve dienstbetrekking als de werkzaamheden drie dagen of meer per week beslaan en als er daarnaast een gezagsverhouding bestaat (dus als de klusjesman moet doen wat u hem vraagt, wat meestal het geval zal zijn).  Opteren voor belaste levering eenvoudiger gewordenWilt u een pand verkopen mét btw, en vindt de koper dat ook een goed idee, dan is er geen beschikking van de inspecteur meer nodig. Het is nu voldoende om een en ander vast te leggen in de notariële akte van levering. In de praktijk gebeurde iets dergelijks al bij de belaste verhuur van onroerend goed (door dit vast te leggen in de huurovereenkomst en geen beschikking van de inspecteur meer te vragen) maar vanaf nu is ook dat wettelijk toegestaan.  WerkkledingWerkkleding blijft de gemoederen bezighouden. We bespreken voor u twee recente zaken. Eis van 70cm2 geldt per kledingstukEén van de mogelijkheden om werkkleding onbelast te vergoeden of ter beschikking te stellen is het aanbrengen van een bedrijfslogo van minstens 70 cm2. Deze eis geldt voor elk afzonderlijk kledingstuk, zo heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. Daarmee vernietigde de Hoge Raad een uitspraak van het Hof Amsterdam, dat het voldoende vond als slechts één van de kledingstukken een goed zichtbaar logo van minimaal 70cm2 heeft. Ook besmettelijke kleding moet groot logo hebbenHet Hof Amsterdam keurde een belastingvrije verstrekking goed bij schilderskleding met een logo van slechts 40 cm2, met het argument dat de verfvlekken al na één keer dragen niet meer te verwijderen waren van de kleding. Daardoor zou deze kleding privé niet meer te dragen zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat dat onvoldoende reden is om de eis van de minimale maat van het logo (70 cm2) terzijde te schuiven. De zaak is terugverwezen naar het Hof Den Haag, dat de hoogte van de naheffingsaanslag en een eventuele boete moet vaststellen. Inschrijvingsadres is maatstaf bij alleenstaande‑ouderkortingAls een ouder in aanmerking wil komen voor de (aanvullende) alleenstaande‑ouderkorting, moeten de kinderen in de basisadministratie staan ingeschreven op het adres van die ouder. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. Als de kinderen bij de andere ouder gaan wonen, kan deze geen aanspraak maken op de korting zolang de inschrijving niet is aangepast. Ook minder lonende scholing is aftrekbaarAdvocaat-generaal Van Ballegooijen van de Hoge Raad heeft een advies uitgebracht dat de aftrek van scholingskosten kan verruimen. De aanleiding voor het advies was een ondernemer die geen toekomst meer zag in zijn bedrijf en een opleiding tot piloot ging volgen. Met de nodige aanvullende diploma's vond hij een baan als vlieginstructeur, die echter veel minder geld opleverde dan zijn voormalige ondernemerschap. De inspecteur weigerde de aftrek voor scholingsuitgaven te accepteren omdat de ex-ondernemer geen financieel‑economische vooruitgang had geboekt door zijn scholing. De wet bestempelt scholingsuitgaven echter neutraal als kosten die een belastingplichtige maakt met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Over financieel‑economische vooruitgang wordt niets gezegd. Daarom vindt de advocaat-generaal dat de vlieginstructeur zijn kosten moet kunnen aftrekken. Regeling reiskostenvergoeding gewijzigdDe Staatssecretaris van Financiën heeft onlangs de zogenaamde 'praktische regeling' voor vaste reiskostenvergoedingen aangepast. Als een werknemer naar verwachting minstens 36 weken (70% van 52 weken) per jaar naar een vaste arbeidsplaats reist, mag de werkgever een vaste vergoeding voor reiskosten woon‑werkverkeer geven. Het aantal reisdagen bij een voltijds dienstverband is vastgesteld op 214 dagen per jaar (vroeger maximaal 206 dagen). Op deze manier sluit de praktische regeling aan bij de op 1 januari 2007 ingevoerde Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, die ook een specifieke regeling voor een vaste reiskostenvergoeding bevat. De werkgever mag beide regelingen toepassen. Bij de specifieke regeling is nacalculatie op basis van het werkelijke aantal afgelegde kilometers altijd verplicht (19 cent per kilometer). Bij toepassing van de praktische regeling is nacalculatie alleen verplicht als de totale reisafstand meer dan 150 kilometer per dag bedraagt. Vaste kostenvergoeding speerpunt bij controle loonheffingen 2008De kostenvergoedingen die een werkgever aan zijn werknemers vergoedt, zijn een speerpunt in de controle van de fiscus over 2008. Een vaste kostenvergoeding is alleen onbelast als uit de administratie blijkt welke zakelijke kosten de vergoeding dekt en als er een steekproef is gedaan om de hoogte van de werkelijke kosten vast te stellen. Bij onregelmatigheden kan de fiscus de kostenvergoeding alsnog geheel of gedeeltelijk aanmerken als loon en een naheffing loonbelasting opleggen tot maximaal vijf jaar terug. Verhuiskostenregeling aangepastMet ingang van 1 januari 2009 is de verhuiskostenregeling zowel verruimd als beperkt. Het goede nieuws is dat het bedrag dat maximaal onbelast mag worden vergoed bovenop de kosten van het verhuizen van de boedel omhoog is gegaan van EUR 5.445 naar EUR 7.750. Ook is de voorwaarde vervallen dat de vergoeding niet meer dan 12% van het jaarloon mocht bedragen. Het slechte nieuws is dat er minder werknemers in aanmerking zullen komen voor de onbelaste vergoeding, omdat het begrip 'zakelijke verhuizing' beperkt wordt tot verhuizingen van meer dan 25 kilometer van de werkplek naar minder dan 10 km van de werkplek. Bovendien moet de verhuizing plaatsvinden binnen twee jaar na het aanvaarden van de nieuwe baan of overplaatsing. Op deze manier hoopt men werknemers te stimuleren om dichter bij hun werk te gaan wonen. Het grootste deel van het woon‑werkverkeer wordt veroorzaakt door werknemers die meer dan 25 km van hun werk wonen. VPB‑tarief verlaagdHet kabinet heeft het MKB‑tarief voor de vennootschapsbelasting (VPB) voor 2009 en 2010 verlaagd. Het tarief van de tweede schijf in de VPB gaat omlaag van 23% naar 20%. Omdat het tarief daarmee gelijk is geworden aan dat van de eerste schijf, zijn de twee schijven samengevoegd tot één schijf, die doorloopt tot EUR 200.000. Vanaf 1 januari 2011 wordt het tarief van de tweede schijf weer 23% (al zal de exacte hoogte van dit tarief afhankelijk zijn van de in 2011 geldende economische omstandigheden). Peepshows zijn toch toneelvoorstellingenPeepshows van vóór 2008 vallen onder het lage btw‑tarief, zo heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. Daarmee is een eerdere uitspraak van het Hof Amsterdam bevestigd dat peepshows in eenpersoonscabines onder muziek‑ en toneelvoorstellingen geschaard mogen worden. De Wet Omzetbelasting bevat geen voorwaarden over het cultureel niveau of karakter van de voorstellingen. Voor de huidige praktijk heeft deze uitspraak geen betekenis. Vanaf 1 januari 2008 staat namelijk expliciet in de wet dat peepshows en andere primair op erotiek gerichte optredens onder het hoge btw‑tarief vallen. Beurs-crash vermindert WOZ-waardeHet kan lonend zijn om bezwaar te maken (of in beroep te gaan) tegen de WOZ‑waarde van uw huis. Als u met een onafhankelijk taxatierapport kunt aantonen dat de gemeente uw woning te hoog heeft gewaardeerd, dan is de kans groot dat u in het gelijk wordt gesteld. Dat bewijst een zaak die onlangs liep bij het Hof Amsterdam. De gemeente Bloemendaal taxeerde iemands huis op basis van de verkoopprijzen van vergelijkbare objecten op EUR 2,8 miljoen, terwijl het taxatierapport een miljoen lager uitkwam. Het verschil zou verklaard kunnen worden door de beurs-crash van 2001 en de daarop volgende koersdalingen. Daardoor waren dit soort dure panden in waarde gedaald, omdat vermogende mensen ze niet meer konden betalen. Net als de Rechtbank Haarlem, die eerder uitspraak hierover deed, was het Hof van mening dat de WOZ‑waarde met 10% moest worden verminderd naar EUR 2,5 miljoen. Toch een tegenvaller voor de eigenaar van de woning, die op een veel grotere verlaging had gerekend. Geruisloze inbreng van verhuurde onderneming in bvBij de verhuur van een onderneming is geen sprake van liquidatie of overdracht, omdat het bedrijf in stand blijft en de verhuurder als eigenaar risico blijft lopen en daardoor ondernemer blijft. Ook de huurder is ondernemer omdat ook hij risico loopt met het gehuurde bedrijf. Volgens het Hof Arnhem is er bij het verhuren van een onderneming sprake van één objectieve onderneming, die voor rekening van twee aparte ondernemers wordt gedreven. Beide ondernemers kunnen aanspraak maken op fiscale faciliteiten voor ondernemers. In het geval van de verhuurder betekent dit onder meer dat hij zijn onderneming zonder directe belastingheffing (geruisloos) mag inbrengen in een bv. De staatssecretaris keurde het gebruik van deze faciliteit af omdat de verhuurder geen echte ondernemer zou zijn maar een 'voortgezet ondernemer'. Volgens het Hof is dat echter geen reden om toepassing van de faciliteit te weigeren aan de verhuurder, mede omdat die in dit specifieke geval door verbintenissen ten behoeve van de onderneming verbonden was met de onderneming. Het betrof een sportzaak die iemand verhuurde aan zijn zoon. Reparaties en groot onderhoud aan het pand waarin de sportzaak gevestigd was, kwamen bijvoorbeeld voor zijn rekening. Boetebeleid voor aangiftebelastingen versoepeld Het boetebeleid voor aangiftebelastingen (zoals omzetbelasting, loonbelasting, etc.) is versoepeld. Als je geen -- of te laat -- aangifte doet voor een aangiftebelasting wordt dat aangemerkt als een ‘aangifteverzuim’. In zo’n geval kan de inspecteur een verzuimboete opleggen van 50%. Nieuw is dat de inspecteur geen verzuimboete meer oplegt als een aangifte binnen 7 dagen na afloop van de wettelijke aangiftetermijn alsnog wordt ingediend. Bij échte onvolkomenheden, zoals het niet op tijd (of onjuist of onvolledig) doen van aangifte loonbelasting, kan na overschrijding van de termijn van 7 dagen een verzuimboete volgen van 5% van het wettelijke maximum. Bij de aangifte loonbelasting zal de inspecteur bovendien terughoudender zijn met het opleggen van een verzuimboete voor een onjuiste of onvolledige aangifte.  Is een stille vennoot een ondernemer?Is een matroos die deelneemt in de maatschap van zijn kapitein (een zogenaamde 'deelvisser') een ondernemer met recht op zelfstandigenaftrek? Dat hangt ervan af. Namelijk of hij al dan niet ondernemersrisico loopt, zegt de Hoge Raad. Omdat de deelvisser in dit geval geen verbintenissen aanging voor de onderneming – dat deed de eigenaar van het schip – was hij geen ondernemer en had hij geen recht op zelfstandigenaftrek, aldus de Hoge Raad. Iets dergelijks geldt vanzelfsprekend voor alle andere stille vennoten die niet naar buiten treden. Zwart geldHeeft u nog wat geld staan op een buitenlandse bankrekening, dat u vergeten was op te nemen bij uw belastingaangifte, houd er dan rekening mee dat uw speelruimte zeer beperkt is.  Anders gezegd: tegenspartelen heeft weinig zin. Ontkennen helpt nietDe Rechtbank Haarlem bleek onlangs niet gevoelig voor de argumenten van een belastingbetaler die bleef ontkennen dat hij een bankrekening had in Luxemburg. De fiscus legde hem navorderingsaanslagen inkomsten‑ en vermogensbelasting op, verhoogd met een boete van 100%, en baseerde zich daarbij op via België verkregen bewijsstukken. De Hoge Raad had vorig jaar al bepaald dat dit rechtmatig verkregen bewijs is, maar de onderhavige spaarder probeerde dat te pareren met het argument dat dat alleen gold voor spaarders die hebben erkend dat ze een rekening hadden in Luxemburg. Ook ging de Haarlemse Rechtbank er niet in mee dat de fiscus deze spaarder pas navorderingen en boetes zou mogen opleggen als het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zich heeft uitgesproken over de rechtmatigheid van het bewijs. De Rechtbank vond bovendien dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen rekening had in Luxemburg. Nieuw: fiscus kan kort geding aanspannen De fiscus kan een kort geding aanspannen om een belastingbetaler op straffe van een dwangsom informatie te laten verstrekken. Dat is bijzonder omdat belastingzaken meestal via de belastingrechter lopen. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem keurde dit middel onlangs goed in een zaak van een vermeende rekeninghouder van Van Lanschot in Luxemburg. De man moet EUR 2.000 per dag (met een maximum van EUR 250.000) betalen zolang hij niet voldoet aan de informatieverplichting van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De belastingdienst heeft zeer sterke aanwijzingen dat de man rekeningen aanhoudt in Luxemburg en wil van hem weten hoeveel vermogen hij heeft verzwegen voor de fiscus. De rechtbank vond dat de fiscus niet eerst zelf hoefde te vertellen wat zij al wist van de rekeningen van de man.  Buitenlandse btw terugvragenVanaf 1 januari 2010 kunnen Nederlandse bedrijven de btw die ze in andere EU‑lidstaten hebben betaald, terugvragen via een website van de Nederlandse belastingdienst. Nu moet dat nog via de lidstaten zelf, wat soms niet goed werkt. De maatregel zal naar verwachting leiden tot snellere uitbetaling van de btw, verhoogd met rente bij te late terugbetaling. Deze wijziging is het gevolg van afspraken tussen de Europese ministers van Financiën. Btw bij bedrijfsmiddelenovername uit failliet bedrijfWaarschuwing: neemt u goederen over van een failliet bedrijf, en brengt de curator daarover btw in rekening, ga dan goed na of dat wel klopt. Zo niet, dan kunt u deze btw niet terugvragen van de fiscus! Doet u dat wel, en wordt de btw in eerste instantie inderdaad teruggegeven, dan kan de btw in tweede instantie weer teruggevorderd worden. De kans dat u dit nog kunt verhalen op de verkoper is natuurlijk minimaal. Maar anderzijds: de fiscus kan geen btw terugvorderen als u zorgvuldig te werk bent gegaan en als u er redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat de verkopende partij btw in rekening moest brengen. Bij de Rechtbank Breda speelde onlangs een zaak waarbij de terugvordering (in de vorm van een naheffingsaanslag) gehandhaafd bleef, omdat de overnemende partij beter had kunnen weten. De factuur van de overdragende partij voldeed namelijk niet aan de wettelijke vereisten.
Sociaal Farbo‑regeling ter zieleDe zogenaamde Farbo‑regeling, een subsidieregeling voor bedrijfsmiddelen die de arbeidsomstandigheden van werknemers verbeteren, wordt afgeschaft per 1 april 2009. In de praktijk bleek de regeling niet zo effectief te zijn. Ongeveer 70% van ondernemend Nederland zou dit soort bedrijfsmiddelen ook wel zonder subsidie gekocht hebben. Bovendien maakten veel sectoren geen gebruik van de regeling. Het geld dat door het staken van de regeling vrijkomt, zal besteed worden aan onderzoek naar arborisico's. U kunt nog tot 1 april 2009 aanvragen indienen (of tot de pot leeg is). WW na Gouden KooiEen deelneemster aan het tv-programma de Gouden Kooi vroeg na haar vertrek uit de villa waar ze 11 maanden opgesloten had gezeten, een WW‑uitkering aan. Het Uwv wees de aanvraag af, omdat ze niet in private dienstbetrekking geweest zou zijn, en omdat de EUR 30.890 die ze had ontvangen geen loon maar een schadeloosstelling was. De Rechtbank Zwolle oordeelde echter dat deze deelneemster wel degelijk in private dienstbetrekking was geweest, omdat er -- volgens het contract -- betaald werd voor arbeid die in een gezagsverhouding was verricht. De deelneemster had daarom wel recht op een WW‑uitkering. Misschien moet Talpa nu loonheffing en werknemerspremies gaan afdragen voor alle Gouden Kooi‑deelnemers.  Premiekorting voor oudere werknemersDe Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel ‘Invoering premiekorting’. Deze wet moet bedrijven stimuleren om meer ouderen in dienst te nemen of aan het werk te houden tot de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar. Werkgevers mogen binnenkort drie jaar lang een premiekorting van EUR 6.500 per jaar toepassen bij het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar of ouder. De premiekorting geldt ook bij het in dienst houden van werknemers van 62 jaar of ouder.
Overig nieuws Herroepelijke schenking kan handig zijnSchenkingen bij leven kunnen fiscaal gunstig zijn, maar soms wil je voorwaarden stellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een tegenprestatie van de begunstigde. Dat kan door middel van een herroepelijke schenking. Je legt dan schriftelijk vast onder welke voorwaarden het geschonkene behouden mag worden of weer teruggeven moet geven. Dat kan bijvoorbeeld met een auto, die weer teruggeven moet worden als het rijbewijs niet is gehaald. Bij een herroepelijke schenking moet de begunstigde wel direct schenkingsrecht betalen maar dit bedrag kan na een eventuele herroeping van de schenking weer terug worden gevraagd (van de belastingdienst). Nabestaandenpensioen op risicobasisPensioenregelingen bevatten vaak een nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat betekent dat er bij het overlijden van de werknemer vóór de pensioendatum wel een nabestaandenpensioen van 70% wordt uitgekeerd, maar dat er geen nabestaandenpensioen wordt opgebouwd. Daardoor zou er na ontslag van de werknemer bij diens overlijden geen nabestaandenpensioen meer bestaan. De overheid vindt dit een onwenselijke situatie en daarom zijn werkgevers verplicht om dit risico te blijven afdekken gedurende de periode dat de vroegere werknemer in de WW zit. Mocht de onderneming gestaakt zijn of failliet zijn gegaan, dan kunnen werknemers aankloppen bij de vereffenaar of de curator. Wijziging huwelijksgoederenregimeDe staatssecretaris van Financiën heeft de regels aangepast voor het schenkingsrecht bij wijziging van de huwelijkse voorwaarden. Daardoor is er in een aantal situaties geen schenkingsrecht meer verschuldigd. We noemen er twee: 1. De wijziging van de huwelijkse voorwaarden houdt verband met het herstel van aanspraken van kinderen uit eerdere huwelijken op het vermogen van hun ouder (als die aanspraken door een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen onbedoeld verloren zijn gegaan). 2. Wanneer door een misverstand voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Van zo'n misverstand gaat de fiscus uit als binnen 3 jaar na het sluiten van het huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt en er op dat moment geen sprake is van duurzaam gescheiden leven of echtscheiding. Stage-overeenkomst is geen arbeidsovereenkomstBij reïntegratieprojecten van arbeidsongeschikten loopt een zieke werknemer soms stage bij een andere werkgever, bijvoorbeeld om te kijken of hij geschikt is voor een ander soort functie. Dat gebeurt vaak op basis van een stage-overeenkomst tussen de werknemer, de werkgever en het bedrijf of de instelling waar de stage plaatsvindt. Aan zo'n stage-overeenkomst kan een passage worden gekoppeld dat de arbeidsongeschikte na afloop van zijn stage een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden. Bij onvoldoende functioneren kan de stage-overeenkomst ontbonden worden. Er bestaat dan geen recht op de aansluitende arbeidsovereenkomst. Dat heeft het Hof Leeuwarden onlangs bepaald in een zaak van een arbeidsongeschikte die tijdens een chauffeursstage betrokken was geweest bij drie aanrijdingen. De werkgever achtte de man ongeschikt als chauffeur en beëindigde volgens de rechter op goede gronden de stage en hoefde hem geen arbeidsovereenkomst aan te bieden. Kantonrechtersformule aangepastSinds 1 januari 2009 is de zogenaamde kantonrechtersformule veranderd. Dat is de formule die kantonrechters gebruiken bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst om de hoogte van de ontslagvergoeding te bepalen. De kantonrechtersformule (a x b x c) is het product van drie factoren:- het aantal gewogen dienstjaren (a);- de beloning (b);- een correctiefactor (c). De belangrijkste wijzigingen zijn:- een andere berekening van de gewogen dienstjaren;- meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van werkgevers;- meer maatwerk voor oudere werknemers;- een verduidelijking van de vergoedingsregeling bij korte dienstverbanden. Wat het aantal gewogen dienstjaren betreft is er een verfijning in de weging aangebracht, zodat meer recht wordt gedaan aan het feit dat jongere werknemers makkelijker weer aan de slag kunnen en oudere werknemers een betere bescherming behoeven:- tot 35 jaar: wegingsfactor 0,5;- 35 tot 45 jaar: wegingsfactor 1;- 45 tot 55 jaar: wegingsfactor 1,5;- 55 en ouder: wegingsfactor 2.