Nieuwsbrief maart 2008
Nieuws
03 januari 2012 Einde Jaarstips 2011 03 januari 2012 Nieuwsbrief september 2011 03 januari 2012 Nieuwsbrief december 2011 12 juli 2011 Nieuwsbrief Juli 2011 05 juli 2011 Nieuwsbrief Mei 2011 meer... >> Nieuwsbrief
 
Nieuwsbrief maart 2008
Fiscaal
Dga geen btw‑ondernemer meer
Het Europese Hof van Justitie heeft vorig jaar beslist dat een directeur‑grootaandeelhouder die in dienst is bij zijn eigen bv, geen ondernemer is voor de btw. De staatssecretaris heeft onlangs in reactie daarop praktische oplossingen geboden voor de belangrijkste gevolgen van dit besluit:
·               een dga die geen fiscale eenheid vormde met de bv, hoeft vanaf 18 oktober 2007 geen btw meer te betalen over de vergoeding van de bv. Omgekeerd kan hij geen btw meer aftrekken voor goederen en/of diensten die hij afneemt voor zijn werk voor de bv;
·               goederen die de dga voor de btw tot het ondernemingsvermogen rekende, zijn per 18 oktober 2007 overgegaan naar privé. Als dit een belaste levering is, dan is hierover btw verschuldigd. Op grond van deze overgang is een deel van de in het verleden in aftrek gebrachte btw in één keer verschuldigd;
·               de dga mag voor de btw als zakelijk geëtiketteerde goederen doorleveren aan de bv. Gebeurt dit voor 1 april 2008, dan geldt bovengenoemde levering naar privé niet. Bedenk wel dat een dergelijke doorlevering kan betekenen dat 6% overdrachtsbelasting verschuldigd is;
·               als een zakelijk geëtiketteerde auto naar privé wordt geleverd, geldt alleen een 'correctie privégebruik auto' tot en met 17 oktober 2007 (wat over het hele jaar een correctiefactor oplevert van 79%);
·               bovengenoemde goedkeuringen gelden ook voor dga's die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden met één vennootschap;
·               bij een fiscale eenheid met meer dan één vennootschap kan de fiscale eenheid blijven bestaan nadat de dga per 18 oktober 2007 uit de fiscale eenheid omzetbelasting gehaald is. De voor de btw als zakelijk geëtiketteerde goederen van de dga worden per die datum naar privé geleverd, waardoor een deel van de in het verleden in aftrek gebrachte btw in één keer verschuldigd is.
Geen hypotheek en tóch eigenwoningforfait
Bij het hypotheekvrij maken van een eigen woning kan niet altijd gebruik worden gemaakt van de ‘aftrek geen of geringe eigen woningschuld’ (die bedoeld is om het eigenwoningforfait te compenseren). Dat komt doordat er nog andere aftrekbare kosten kunnen zijn dan de hypotheekrente. Ook de eventuele erfpacht is immers aftrekbaar. En als die hoger is dan het eigenwoningforfait, vervalt de mogelijkheid om het eigenwoningforfait tot nul te reduceren!
Een mogelijke oplossing is het afkopen van de erfpacht, maar daar moet je dan wel het geld voor hebben. Een andere mogelijkheid is het vooruitbetalen van de erfpacht voor een aantal jaren, waardoor je in de jaren na de vooruitbetaling alsnog gebruik kunt maken van de aftrek ‘geen of geringe eigen woningschuld’. Maar ook daarvoor geldt dat je wel voldoende liquiditeit moet hebben.
Aftrekbaarheid pleziervaartuigen
Enkele recente gerechtelijke uitspraken hebben meer helderheid gegeven over de aftrekbaarheid van kosten voor pleziervaartuigen.
·               Niet toegestaan is het aftrekken van de huurkosten van een pleziervaartuig door een onderneming, als de boot wordt gebruikt voor representatieve doeleinden. Dat gold volgens de Rechtbank Breda ook voor een architectenbureau dat enkele malen per jaar een motorkruiser huurde om tijdens een tocht problemen met bouwprojecten op te lossen met de betrokken partijen. (Een wat vreemde uitspraak, want als men een hotelkamer, een villa of ‘een hutje op de hei’ had gehuurd, waren de desbetreffende kosten wel aftrekbaar geweest – red.)
·               De Hoge Raad boog zich onlangs over de aftrekbaarheid van de renovatiekosten van een tjalk. De eigenaar had de tjalk geschikt gemaakt voor bewoning en onder de noemer 'onderhoudskosten monumentenwoning' een groot bedrag afgetrokken bij de aangifte Inkomstenbelasting. De inspecteur ging daar niet mee akkoord omdat de boot geen bron van inkomen vormde en ook in de toekomst geen positieve opbrengsten zou opleveren. Het Hof en de Hoge Raad waren het daarmee eens.
·               Als de boot is aangeschaft om er economische activiteiten mee te verrichten, dan is de btw over de bouw‑ en aanpassingskosten aftrekbaar. Dat was volgens het Hof Den Bosch bijvoorbeeld het geval bij een bedrijf in brandbeveiligingssystemen voor vuurwerkopslagplaatsen, dat deze activiteit wilde uitbreiden naar de beveiliging van pleziervaartuigen. De ondernemer had de boot van een beveiligingssysteem voorzien, zodat die als demonstratiemodel kon dienen.
Wat is de WOZ‑waarde van een uniek pand?
De gemeente stelt de WOZ‑waarde van een woning meestal vast aan de hand van de verkoopprijs van vergelijkbare woningen. Maar bij huizen met een uniek karakter voldoet deze methode niet, omdat er niets te vergelijken valt. In dat geval kan een taxatierapport van een makelaar als uitgangspunt dienen.
Het Hof Den Haag oordeelde onlangs dat een onafhankelijk taxatierapport, opgesteld voor een kredietaanvraag bij de bank, in zo'n situatie een betere maatstaf is dan de vergelijkingsnorm die ondanks alles door de Gemeente is gehanteerd.
Bedrijfsopvolging en successierecht
De Successiewet bevat aantrekkelijke faciliteiten bij bedrijfsopvolging, die moeten voorkomen dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt. Een daarvan is de bepaling dat 75% van het ondernemingsvermogen wordt vrijgesteld van heffing, terwijl de opvolger voor de resterende 25% tien jaar uitstel van heffing kan krijgen (waarbij wel rente betaald moet worden). Voorwaarde is dat de opvolger de onderneming minimaal vijf jaar voortzet. Bovendien moet het gaan om een actieve onderneming, die producten of diensten aanbiedt en niet uitsluitend een beleggingsdoelstelling heeft.
De regeling is recent versoepeld. Hij geldt nu niet alleen meer voor IB-ondernemingen en werk-bv’s maar ook voor beheer-bv’s. Vanzelfsprekend gelden er wel een aantal voorwaarden. Op uw verzoek nemen we die graag met u door.
Kostenaftrek inkomstenbelasting
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit uitgebracht over kostenaftrek bij de inkomstenbelasting. Het gaat om een samenvoeging van eerder gepubliceerde besluiten; op zich verandert er dus niets.
Een greep uit het besluit:
·               ondernemers kunnen soms aansprakelijk worden gesteld voor de belastingaanslag van een derde partij. Dit bedrag is aftrekbaar van de winst, met uitzondering van eventuele boetes die in de aanslag zijn opgenomen;
·               een dwangsom, bijvoorbeeld bij overtreding van de milieuvoorschriften, is geen boete en mag daarom gewoon afgetrokken worden. De kosten van de dwangsom mogen worden afgetrokken in het jaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden;
·               ondernemers mogen in verband met gemengde kosten (waarin immers een privé-element zou schuilgaan) een vast bedrag van EUR 4.200 niet aftrekken. In plaats hiervan mogen zij er ook voor kiezen om van hun gemengde kosten slechts 73,5%  in aftrek te brengen. Voor de vennootschapsbelasting geldt een vergelijkbare, maar toch enigszins afwijkende regeling, die gerelateerd is aan de totale loonsom.
Het bedrag van EUR 4.200 wordt niet tijdsevenredig aangepast voor ondernemers die pas in de loop van het jaar starten, en wordt ook niet hoger bij een boekjaar dat langer is dan twaalf maanden.
Heffingsrente verlaagd
De fiscus heeft de heffings‑ en invorderingsrente voor het eerste kwartaal 2008 iets verlaagd, naar 5,3% per jaar. Voor het vierde kwartaal van 2007 gold een percentage van 5,4%.
Intimidatie is belast in Box I
Een autosloper uit een woonwagenkamp kreeg in 2002 maar liefst 2 miljoen euro van een bevriende bv waarvoor hij 'incassoklusjes' deed. De wijze waarop het geld geïncasseerd werd, laat zich raden. Met de fiscus ontstond toen discussie over de aard van de beloning. Ging het om 'inkomen uit werk en woning' (overige werkzaamheden) of 'winst uit aanmerkelijk belang'? Het eerste is belast in Box I, het tweede in Box II, wat natuurlijk een stuk gunstiger zou zijn.
De Rechtbank Breda stelde vast dat de autosloper geen aandelen had in de onderneming. Zijn belangrijkste rol in de onderneming was zijn inbreng bij het innen van schulden aan de bv. Door zijn stevige postuur en zijn reputatie als woonwagenbewoner waren de debiteuren eerder geneigd tot betalen. Deze activiteit valt volgens de rechtbank onder 'overige werkzaamheden', en was dus belast in Box I.
Miljoenenmisser van fiscus niet teruggedraaid
Het nieuws haalde alle kranten: een belastingbetaler vergiste zich bij zijn aangifte Inkomstenbelasting, en kreeg daardoor miljoenen euro's in de schoot geworpen. Op zijn aangifte had hij per ongeluk een bedrag van EUR 3.419.635 opgegeven als aftrekbare hypotheekrente, in plaats van EUR 3.419. De belastingdienst had dit aanvankelijk niet opgemerkt omdat de aangifte automatisch was afgewikkeld. "Eigen schuld, dikke bult", oordeelde de Hoge Raad.
Nadat de aanslag al definitief was geworden, probeerde de inspecteur via een navorderingsaanslag nog te redden wat er te redden viel. Dat kan echter alleen als er sprake is van kwade trouw of van een ‘nieuw feit’. De Hoge Raad oordeelde dat de fiscus redelijkerwijs had kunnen weten dat de opgave niet klopte, en dat het niet tijdig ontdekken daarvan voortkwam uit de (geautomatiseerde) werkwijze van de fiscus. De huidige wet biedt volgens de Hoge Raad onvoldoende ruimte voor het oprekken van de navorderingsmogelijkheden in zulke gevallen. Het is aan de wetgever om de wet te herzien met het oog op de (gewijzigde) werkwijze van de fiscus.
Klusjes onderbrengen in bv
Stel: u heeft een baan en u doet 'klusjes' daarnaast. U geniet dan 'resultaatinkomen'. Op een gegeven moment gaan die klusjes zoveel geld opleveren dat het aantrekkelijk wordt om er een eigen bv voor op te zetten. Maar aangezien het oprichten van een bv tijd kost, kunt u uw extra inkomsten daar niet meteen in onderbrengen. Sinds kort is het echter mogelijk om de extra inkomsten met terugwerkende kracht aan de bv toe te rekenen.
Bij de 'ruisende inbreng' (dus mét belastingbetaling) van een IB-onderneming in een bv mag een voorperiode van drie maanden gehanteerd worden voor de resultaten van de oorspronkelijke onderneming. De staatssecretaris heeft dit onlangs ook goedgekeurd voor het inbrengen van een resultaat uit overige werkzaamheden in een nieuw op te richten bv.
Natuurlijk gelden er wel een aantal voorwaarden. De terugwerkende kracht mag bijvoorbeeld niet leiden tot incidenteel fiscaal voordeel. Daarnaast gelden er strikte regels voor de termijnen waarin een en ander plaatsvindt.
Scholingskosten betalen met verlofuren
Als een werknemer zich laat bijscholen, kan hij zijn eigen aandeel in de kosten aftrekken voor de Inkomstenbelasting. Maar wat gebeurt er nu als de werkgever alles voorschiet en de werknemer zijn eigen aandeel afbetaalt door het inleveren van verlofuren? Is de waarde van die verlofuren dan nog steeds aftrekbaar? De fiscus vond van niet, maar de rechter vond van wel.
Volgens het Hof Den Bosch had de werknemer door het inleveren van verlofuren een schuld aan de werkgever voldaan, (belast) loon genoten en de studiekosten voor zijn rekening genomen. Omdat hij daarmee uitgaven had gedaan die op hem drukten, had hij recht op aftrek van scholingskosten. Het Hof liet zich niet uit over de vraag of het belastbaar inkomen van de werknemer dan niet verhoogd zou moeten worden met de tegenwaarde van de verlofuren, want daar had de inspecteur niets over gezegd.
Wat mag, dat mag
Als in het verleden iets werd toegestaan door de fiscus, dan mag je ervan uitgaan dat dat later ook zo zal zijn. We noemen dat ‘impliciete accordering’. De Hoge Raad heeft de legitimiteit van dat principe onlangs nog bevestigd.
Een coffeeshophouder kreeg een navorderingsaanslag over 1999 en 2000 omdat hij geen klad-aantekeningen had gemaakt over zijn hasj-inkopen. Daar protesteerde hij tegen, omdat de inspecteur in 1997 en 1998 geen commentaar had gehad. Omdat niet was gebleken dat de wijze van administreren in 1997/1998 verschilde van die in 1999/2000, gaf de Hoge Raad de coffeeshophouder gelijk op grond van het vertrouwensbeginsel.
De Hoge Raad maakte ook korte metten met een schatting van de winst van de coffeeshop op basis van een vergelijking met de winst van vijftien andere coffeeshops. De fiscus had namelijk niet aannemelijk gemaakt dat die vergelijking ook echt opging.
Starters opgelet
Stel, je start een bedrijf en gaat gebruik maken van alle fiscale faciliteiten die daarbij horen, zoals startersaftrek, zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, etc. Mag je er nu vanuit gaan dat dat allemaal kan, zolang de fiscus er geen bezwaar tegen maakt? Nee, helaas niet.
Als pas jaren na de start uit een controle blijkt dat er niet voldaan was aan de voorwaarden, kunnen alle fiscale voordelen met terugwerkende kracht ongedaan worden gemaakt. Met alle navorderingsaanslagen van dien. De inspecteur hoeft dus niet per se aan het begin al te controleren of alles wel klopt, zo heeft de Hoge Raad onlangs bevestigd.
Het betrof een zaak van iemand die een eigen bedrijf begonnen was, waarbij pas een paar jaar later werd vastgesteld dat er eigenlijk geen sprake was van een bedrijf. De 'ondernemer' werkte namelijk vooral in opdracht van (en door tussenkomst van) zijn voormalige werkgever.
Pas dus heel goed op bij het starten van een onderneming, en laat uw plannen vooraf controleren door deskundigen.
Vaststellingsovereenkomst moet bedenktermijn bevatten
Het komt regelmatig voor dat de fiscus een schikkingsvoorstel doet aan een belastingbetaler. Vervolgens wordt dan ter plekke een vaststellingsovereenkomst gesloten over de hoogte van een navorderingsaanslag.
Wat gebeurt er nu wanneer je zo'n overeenkomst getekend hebt en je je achteraf realiseert dat dat toch eigenlijk niet zo verstandig was? Bijvoorbeeld omdat een adviseur je attent heeft gemaakt op minder gunstige aspecten van de overeenkomst. Zit je er dan toch aan vast? Nee. Zo'n vaststellingsovereenkomst moet namelijk een bedenktermijn bevatten, net zoals bij het kopen van een wasmachine.
Het is dus niet rechtsgeldig als de inspecteur in de vaststellingsovereenkomst opneemt dat de belastingbetaler voldoende tijd voor beraad heeft gehad en het document ter plekke laat ondertekenen. Dit heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. De bedenktijd moet voorkomen dat een inspecteur een belastingbetaler oneigenlijk onder druk kan zetten door te dreigen met intrekking van het aanbod als hij of zij niet meteen tekent.
Pas op voor valse identiteitsbewijzen
Werkgevers zijn verplicht om de identiteit van hun werknemers vast te stellen en een kopie van het identiteitsbewijs in hun administratie te bewaren. Doen ze dat niet, dan kan de inspecteur een naheffingsaanslag opleggen volgens het (hoge) anoniementarief, eventueel verhoogd met een boete. Dat is bekend. Minder bekend is dat werkgevers zélf verantwoordelijk zijn voor de echtheid van het identiteitsbewijs. Inmiddels is dat echter duidelijk geworden door een uitspraak van het Hof Den Haag.
Als werkgever moet je er dus goed op letten dat je geen valse identiteitsbewijzen in je administratie hebt zitten. Maar hoe controleer je dat? In ieder geval door goed te kijken naar eventuele verschrijvingen, zoals 'Ammerdam' in plaats van 'Amsterdam'. Ook de gebruikte inkt mag niet opvallend vlekkerig zijn. Van werkgevers hoeft echter niet verwacht te worden dat ze experts zijn op het gebied van vervalsingen. Volgens het Hof Den Haag moet het om zúlke in het oog springende afwijkingen gaan, dat de werkgever redelijkerwijs onraad had kunnen ruiken.
Alle kerken zijn nu een goed doel
Schenkingen aan goede doelen zijn vrijgesteld van schenkingsrecht en aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Sinds 1 januari van dit jaar geldt echter de voorwaarde dat het om officieel erkende goede doelen moet gaan. Daartoe moet het goede doel beschikken over een zogenaamde ANBI-verklaring (Algemeen Nut Beogende Instelling).
De fiscus heeft nu een convenant gesloten met het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waardoor alle aangesloten kerkgenootschappen gezamenlijk een ANBI-erkenning hebben verworven. Door dit convenant hoeven lokale kerkbesturen geen eigen ANBI‑verklaring meer aan te vragen.
Bij het CIO zijn 21 joods-christelijke kerkgenootschappen aangesloten, zoals de rooms-katholieke kerken, de protestantse kerken en de gereformeerde kerken, maar ook de pinkstergemeenten, de zevende-dags adventisten en het Leger de Heils. De volledige lijst is beschikbaar op http://www.cioweb.nl/
Laatste nieuws: omdat de fiscus grote moeite heeft gehad om alle aanvragen af te werken (ondanks een tijdige aanvraag waren medio januari 2008 ongeveer 600 goede doelen nog niet erkend) heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd dat aan alle instellingen die vóór 1 januari 2008 het aanvraagformulier hebben ingestuurd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 een ANBI-beschikking zal worden verleend (mits voldaan is aan de voorwaarden natuurlijk).
Overig nieuws
Praktischer norm voor tegenstrijdig belang
Directeuren-grootaandeelhouders kennen de situatie: er moet een overeenkomst getekend worden tussen de moeder-bv en een dochter-bv, of tussen de DGA in privé en de vennootschap, waarbij je twee maal je eigen handtekening zet. Een voor de ene partij én een voor de andere partij. Meestal is dat geen probleem, maar er kan sprake zijn van tegenstrijdige belangen waar anderen last van hebben. Bijvoorbeeld als je een privé-pand gaat verhuren aan de bv en als daar ook andere aandeelhouders bij betrokken zijn.
De Hoge Raad heeft nu verduidelijkt wanneer er sprake is van tegenstrijdig belang. Namelijk: als een bestuurder door zijn persoonlijk belang in dat specifieke geval niet de vereiste integriteit en objectiviteit kon opbrengen (waardoor hij zich had moeten onthouden van een vertegenwoordigingshandeling). Tot nu toe werd dit alleen maar abstract getoetst, waardoor iets ook een tegenstrijdig belang genoemd kon worden zonder dat dat feitelijk het geval was.
Dit arrest biedt enig soelaas voor bestuurders die in het verleden rechtshandelingen hebben gepleegd waarbij mogelijk sprake was van tegenstrijdig belang en waarbij de algemene vergadering van aandeelhouders geen expliciet aanwijsbesluit had genomen.
Tip: vraag in voorkomende gevallen altijd een expliciet aanwijsbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. Dat is verreweg het veiligst. Een andere mogelijkheid is om in de statuten een bepaling op te nemen die vertegenwoordiging mogelijk maakt, ook al is er sprake van een tegenstrijdig belang..
Terhandstelling algemene voorwaarden
Wanneer is een klant wel of niet gebonden aan de algemene voorwaarden van een leverancier? Daarbij kan de zogenaamde 'terhandstelling' van belang zijn. We geven twee recente voorbeelden.
·               De kantonrechter in Zutphen oordeelde onlangs dat de algemene voorwaarden van Canal Digitaal (leverancier van satelliettelevisie) in een dermate minuscuul lettertype waren opgesteld, dat ze zonder vergrootglas niet te ontcijferen waren. Ze waren zó onleesbaar dat de rechter vond dat Canal Digitaal niet aan de plicht tot terhandstelling had voldaan. Hij vernietigde de algemene voorwaarden en de klant hoefde het abonnementsgeld niet te betalen.
·               De terhandstelling was ook inzet bij een recente zaak over een door energiebedrijf Essent geleverde installatie. Het apparaat werkte niet goed, waarna de koper Essent aansprakelijk probeerde te stellen voor de schade. Essent beriep zich op een clausule over de maximering van aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden, maar de koper beweerde deze voorwaarden nooit te hebben ontvangen. Volgens de Hoge Raad moet de verkoper in zo'n geval bewijzen dat de algemene voorwaarden wél verstrekt waren. Dat kon Essent, want het bedrijf beschikte over een door de klant ondertekende offertebevestiging, die een bepaling bevatte over het van toepassing zijn van de algemene voorwaarden. Als de voorwaarden niet verstrekt waren, had de klant een voorbehoud moeten maken bij de ondertekening, maar dat was kennelijk niet gebeurd.
Alimentatie verhoogd met 2,2%
De uitkeringen voor levensonderhoud (alimentatie) zijn per 1 januari 2008 automatisch met 2,2% verhoogd. Dit geldt voor alle alimentaties, of ze nu door de rechter zijn vastgesteld of door partijen onderling zijn overeengekomen. Het percentage moet worden toegepast op het uitkeringsbedrag dat bestond op 31 december 2007.
De rechter kan afwijken van deze algemene indexeringsregeling als die onredelijk zou uitpakken. Bijvoorbeeld doordat het inkomen van de alimentatiebetaler niet is meegegroeid met het loon‑ en prijspeil.
De wettelijke verhoging geldt niet als de rechter of de partijen zelf de hoogte van de alimentatie (voor 1 januari 1973) mede afhankelijk hebben gemaakt van de ontwikkeling van het inkomens‑, loon‑ of prijspeil. Voor deze alimentaties blijven de oude regelingen van toepassing.
De verhoging met 2,2% is fors, vergeleken bij het inflatiepercentage dat 1,6% bedroeg.
Nieuw Handelsregister
De Kamer van Koophandel (KvK) gaat in 2008 een nieuw Handelsregister invoeren voor ondernemers en rechtspersonen. Zij hoeven hun gegevens dan slechts eenmalig op te geven, waarna automatisch alle overheidsinstellingen bediend worden.
Het nieuwe Handelsregister wordt zo'n 15% uitgebreider omdat meer soorten ondernemingen en rechtspersonen registratieplicht krijgen. Dat is het gevolg van de Handelsregisterwet 2007, die naar verwachting op 1 juli 2008 in werking zal treden. Nieuwe groepen die zich moeten registreren zijn onder meer: eenmanszaken en maatschappen in de landbouw of visserij, vrije beroepers (zoals architecten, huisartsen en advocaten), de publieke sector (zoals ministeries en gemeenten), kerkgenootschappen, en verenigingen van eigenaren. Al deze groepen krijgen hierover nog bericht van de KvK.
Stamrechtuitkering leidt niet tot korting op WW
Periodieke uitkeringen uit een stamrecht worden niet ingehouden op sociale uitkeringen. Dat heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten aan de Tweede Kamer.
Zo'n situatie kan zich voordoen wanneer iemand ontslagen is, en de werkgever een ontslagvergoeding heeft gegeven in de vorm van een stamrecht (aangekocht bij een verzekeraar). De bijbehorende uitkeringen worden dan niet ingehouden op de WW. Voorwaarde is wel dat de ontslagen werknemer de keus heeft gehad tussen een eenmalige ontslagvergoeding en zo'n stamrecht.
De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in sociale-verzekeringszaken, oordeelde in 2005 dat betalingen uit een stamrecht wél moeten worden gekort op een uitkering. Omdat dit in de praktijk niet altijd gebeurde, heeft de staatssecretaris nu besloten tot aanpassing van het inkomensbesluit IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers). De aanpassing gaat ook gelden voor de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Toeslagenwet (TW).