Fiscaal
Kostenvergoeding achteraf specificeren niet toegestaan
Een werkgever mag zijn werknemers een vaste kostenvergoeding geven voor terugkerende kosten. Voorwaarde is wel dat de werkgever vooraf specificeert om welke kosten het gaat en hoe hoog de vergoeding per kostensoort is. Achteraf onderbouwen van een kostenvergoeding is niet toegestaan, zo heeft de Hoge Raad onlangs bepaald in een zaak die was aangespannen door een metselbedrijf. Zélfs niet als de kostenvergoeding is opgenomen in de cao!
De inspecteur had bij een kostentoets aan de hand van ingeleverde bonnen vastgesteld dat de cao‑vergoeding die vier gulden per dag bedroeg, te hoog was. Het bedrijf stelde dat een deel van de kostenvergoeding bestemd was voor koffiegeld, maar in de cao stonden alleen werkkleding, laarzen en gereedschap vermeld. De inspecteur had daarom terecht een deel van de kostenvergoeding als bovenmatig bestempeld en een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd, aldus de Hoge Raad.
Houd er dus rekening mee dat een in de cao vastgelegde kostenvergoeding niet per definitie vrijgesteld is. Er kan wel degelijk een belaste component in schuilgaan!
Duur huwelijkscadeau was loon
Verstrekkingen met een overwegend ideële waarde zijn vrijgesteld van belasting. Maar wat is ’een overwegend ideële waarde’? Helemáál ideëel (oftewel: denkbeeldig en onstoffelijk) hoeft het niet te zijn. Een gouden horloge met inscriptie mag best, maar het moet wel redelijk blijven. Maak het dus niet ál te duur, en ga niet jezelf in de bloemetjes zetten.
Een dga die zichzelf een peperduur Breitling horloge cadeau had gedaan voor zijn huwelijk, procedeerde door tot aan de Hoge Raad om zijn gelijk te halen, maar werd onlangs definitief in het ongelijk gesteld. De Hoge Raad besliste dat ook bij geschenken met een overwegend ideële waarde toch niet volledig voorbij gegaan kan worden aan de waarde van het cadeau.
Inspecteur mag huurprijs bijstellen
De inspecteur mag de huurwaarde van een pand verhogen als een aandeelhouder het pand onder de marktprijs aan zijn bv verhuurt. Dat heeft het hof Amsterdam onlangs bepaald.
De eigenaar gaf bij de aangifte inkomstenbelasting als resultaat uit overige werkzaamheden een huur op van EUR 45.000. Dat bedrag was onzakelijk laag in de ogen van de inspecteur, die de economische huurwaarde verhoogde tot EUR 84.636. Omdat de eigenaar niet aannemelijk kon maken dat hij ook aan derden de lage huurprijs zou hebben gevraagd, nam het hof Amsterdam aan dat de hoogte ervan op onzakelijke gronden tot stand was gekomen.
Verhuren aan de eigen bv heeft zo z’n fiscale gevolgen. In het onderhavige geval werd de huur progressief belast, en was die slechts aftrekbaar tegen het geldende vpb-tarief. Wanneer er geen sprake was geweest van een terbeschikkingstelling, had de inspecteur zeker geen bezwaar gemaakt.
Invorderingsrente beperken
Een bv sloot met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst over de afwikkeling van aanslagen vennootschapsbelasting uit de periode 1997‑2002. Daarbij werd onder meer een verlies over 1998 teruggewenteld tot 1997, wat leidde tot een vermindering van de aanslag over 1997.
De inspecteur verminderde wel de aanslag, maar niet de invorderingsrente, en zei daar niets over bij het opstellen van de vaststellingsovereenkomst. De bv was not amused en liet het voorkomen.
De rechtbank Haarlem ging mee in de argumentatie van de inspecteur dat hij geen toezeggingen mag doen over de hoogte van de invorderingsrente bij overleg over een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank stelde dat de bv zelf actie had moeten ondernemen om de invorderingrente te beperken. Dat had gekund door tijdig een verzoek in te dienen voor een voorlopige terugwenteling. De rechtbank verklaarde het beroep van de bv ongegrond.
In de praktijk blijkt deze situatie zeer vaak voor te komen. Je denkt de zaak naar tevredenheid geregeld te hebben, waarbij de aanslag op een vast bedrag, bijvoorbeeld EUR 100.000, wordt ’afgemaakt’. Veel belastingplichtigen voelen zich later bekocht als er dan alsnog een forse rentecomponent in rekening wordt gebracht. Dus: bespreek de rentegevolgen (zowel heffingsrente als invorderingsrente) en leg de afspraken vast, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.
Vervangingsreserve is geen winst
Een veehouder verkocht in 1998 een deel van zijn melkquotum en vormde daarvoor een vervangingsreserve. Eind 1998 had hij stappen ondernomen om een Duits agrarisch bedrijf over te nemen.
Voor het overnemen van dat bedrijf had hij een lening gesloten bij een bank, met de afspraak om deze af te lossen door de verkoop van zijn Nederlandse bedrijf en/of melkquotum. In 1999 verkocht hij opnieuw melkquotum en voegde hij wederom de boekwinst toe aan zijn vervangingsreserve, maar dat accepteerde de inspecteur niet. Volgens de Inspecteur bestond er op 31 december 1999 geen vervangingsvoornemen meer.
De veehouder stelde echter dat hij nog steeds bezig was met een bedrijf in Duitsland en dat ook het terugkopen van het quotum nog tot de mogelijkheden behoorde, zodat hij nog steeds een vervangingsvoornemen had. Dat het nog geen concrete vormen had aangenomen betekende volgens hem niet dat het niet zou gebeuren.
Het hof Leeuwarden stelde de veehouder in het gelijk. De inspecteur had de vervangingsreserve niet mogen opheffen om deze toe te voegen aan de winst, ook al had de veehouder eind 1999 geen concrete plannen om de reserve aan te spreken voor de aankoop van een melkquotum.
Rentetarieven omlaag
De heffings‑ en invorderingsrente is voor het tweede kwartaal van 2008 verlaagd met ongeveer een half procent, van 5,3% naar 4,75%.
Privé-transactie was winst uit onderneming
Een aannemer kocht in 2000 in privé een bouwterrein tegenover zijn huis, voor EUR 177.000. Drie weken later verkocht hij het terrein met daarop een nog te bouwen landhuis, voor ruim EUR 700.000, waarbij hij zich via de koopakte verplichtte om het huis te bouwen. De idee was om via deze route een onbelaste winst te behalen, aangezien waardevermeerdering van privé-objecten niet belast is. Die vlieger ging echter niet op.
In 2005 ontdekte de inspecteur bij een boekenonderzoek dat de aannemer al in 2000 had geadverteerd voor het nog te bouwen huis en concludeerde dat het om een zakelijke transactie ging. Hij legde een navorderingsaanslag en een boete op (van EUR 10.000) vanwege de zakelijke winst en het oneerlijke spel.
De rechtbank Breda was het daarmee eens. Volgens de rechtbank lag de bouw van de woning zó in de lijn van de normale activiteiten van de aannemer dat hij de grond al bij de aankoop tot zijn ondernemingsvermogen had moeten rekenen, ook al had hij die privé aangekocht. De verkoopwinst behoorde daarom inderdaad tot de winst uit onderneming.
Hoe langer u in een zelfgebouwde woning blijft wonen, des te groter is de kans op onbelaste verkoopwinst. Wie grond met bouwvergunning koopt, en kort daarna het (ruwbouw)huis in de krant te koop aanbiedt, staat zwak. Premie mocht niet alsnog belast worden
Een belastingbetaler trok al sinds 1990 lijfrentepremies af, wat de fiscus tot en met 1999 accepteerde. Bij de aanslagregeling inkomstenbelasting 2004 stelde de inspecteur vast dat de man de premies vanaf 1992 niet had mogen aftrekken omdat de verzekering na 15 oktober 1990 was afgesloten en legde naheffingsaanslagen op over 1994 tot en met 1998.
In 2004 kocht de man zijn verzekering af voor EUR 22.000 en nam hij de afkoopsom op in zijn aangifte over 2004, verminderd met de premies die hij betaald had van 1992 tot en met 1999. De inspecteur stelde nu dat ook de premies over 1992, 1993 en 1999 niet afgetrokken mochten worden en corrigeerde de aangifte.
De man ging in beroep en kreeg gelijk. De rechtbank Arnhem stelde dat navordering over 1992 en 1993 niet mogelijk was wegens het verstrijken van de vijfjaarstermijn. Het is niet de bedoeling van de wetgever om ten onrechte afgetrokken premies na deze termijn alsnog te belasten op het moment dat een verzekering uitkeert.
Naheffing niet afgedragen loonbelasting
Een werkgever moet er goed op letten dat ingehouden loonbelasting ook daadwerkelijk wordt afgedragen aan de fiscus. Dat bewijst een zaak die speelde bij het hof Amsterdam.
Het ging om een bv die over 2001 EUR 11.544 loonbelasting had ingehouden maar daarvan maar EUR 1.924 had afgedragen. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op over het verschil, verhoogd met een boete. De bv was het daar niet mee eens omdat het bedrag al bij de werknemer was verrekend voor de inkomstenbelasting.
De rechtbank Haarlem oordeelde echter dat de werknemer buiten de inhoudingsplicht voor de loonbelasting staat en dat de inhoudingsplichtige deze belasting altijd hoort te betalen. Ook het hof Amsterdam bevestigde onlangs dat de werkgever de loonbelasting had moeten betalen en handhaafde de boete (met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn).
U doet pas rechtsgeldig aangifte loonbelasting als u én aangifte doet én (tijdig) betaalt. Uitsluitend aangifte doen (of alleen betalen, al komt dat minder vaak voor) kan naheffing alsmede een boete tot gevolg hebben.
Geen btw-aftrek door verkeerde factuur
Controleer altijd of de bedrijfsgegevens op de door u ontvangen facturen kloppen, ter voorkoming van naheffingsaanslagen btw.
Bij het hof Arnhem diende onlangs een zaak van een bedrijf dat btw aftrok die in rekening was gebracht door bedrijven die niet bekend waren bij de Kamer van Koophandel. Ook adressen, telefoonnummers en rekeningnummers waren onbekend.
De inspecteur vond dat het bedrijf de btw ten onrechte had teruggevraagd en legde een naheffingsaanslag op. Het bedrijf stapte naar de rechter omdat het niet onzorgvuldig gehandeld had. Volgens de rechtbank en het hof Arnhem had het bedrijf met een summiere controle kunnen vaststellen dat de facturen niet deugden. Omdat het bedrijf dat had nagelaten, was de afgetrokken btw terecht nageheven.
In de omzetbelasting is een factuur gewoon contant geld! Zorgvuldige controle is dan ook niet meer dan logisch.
Onafhankelijke taxatiewaarde is in principe juist
Een onafhankelijke taxatie van onroerend goed kan waardevol zijn bij een dispuut met de fiscus. Dat blijkt uit een zaak die onlangs speelde bij het hof Den Bosch.
Twee broers verkochten grond aan hun bv voor een bedrag van EUR 1,6 miljoen. Voorafgaand aan de verkoop had een onafhankelijk taxateur de grond op die waarde getaxeerd. De inspecteur taxeerde de grond precies de helft lager en beschouwde het verschil als winstuitdeling van de bv aan de broers.
De rechtbank en het hof Breda vonden allebei dat de fiscus niet aannemelijk had gemaakt dat de taxateur opzettelijk een te hoge waarde had opgegeven. Het ging om een beëdigd taxateur van een vooraanstaand kantoor, dat geen banden had met de broers. Daarom was er volgens de rechtbank en het hof geen sprake van een winstuitdeling.
Geen lijfrenteaftrek na doorinbreng onderneming
Twee eigenaren van een vof brachten hun aandeel elk ruisend in een eigen bv in (bv A en bv B). Voor de stakingswinst van de vof bedongen ze bij hun persoonlijke holdings een lijfrente. De twee bv's van de mannen droegen hun aandeel in de onderneming met uitzondering van het pand hierna over aan een gezamenlijke werkmaatschappij (bv C). De inbreng vond plaats tegen uitreiking van EUR 18.000 aan aandelen en creditering voor het meerdere.
De inspecteur weigerde bij deze constructie de aftrek van lijfrentepremies. De rechtbank Breda was het daarmee eens, omdat de twee niet aan de voorwaarde hadden voldaan dat lijfrente in zo'n geval alleen kan worden bedongen als de overdracht van de onderneming uit de bv's in de werkmaatschappij plaatsvindt in ruil voor uitsluitend gewone aandelen, met hooguit een afrondingscreditering.
Schuld aan de eigen bv kan grote gevolgen hebben
Bent u directeur‑grootaandeelhouder? Pas dan altijd op met lenen van uw eigen bv. Een dga mag dat alleen maar doen als het zakelijk verantwoord is. Hij moet bijvoorbeeld in staat zijn om af te lossen op de schuld, want anders loopt de bv risico.
Heeft de dga in privé onvoldoende vermogen om een schuld op de rekening‑courant van de bv binnen een redelijke termijn te voldoen, dan kan de fiscus geldopnamen van de dga van deze rekening aanmerken als winstuitdelingen. De oudedagsvoorziening kan in gevaar komen. En de fiscus kan een stamrecht als afgekocht beschouwen. Dat is fiscaal ongunstig omdat de Belastingdienst in één keer belasting kan heffen over de waarde daarvan als loon uit een vroegere dienstbetrekking.
Stel in ieder geval een leningsovereenkomst (of rekening-courantovereenkomst) op. Bij de ‘eenmans-bv’ is dat wettelijk verplicht. Niet wettelijk verplicht maar wel aan te raden is het schriftelijk vastleggen van een rentepercentage en een aflossingsschema. Tot slot kunnen zekerheden (zoals een hypotheek, een pand, etc.) het risico verlagen dat de fiscus een uitdeling of afkoop constateert.
Naheffing en boete voor onzakelijke autokostenvergoeding
Een goede kilometeradministratie kan problemen met de fiscus voorkomen. Een directeur ontving van zijn bv een bedrag van EUR 8.620 als vergoeding voor zakelijke ritten met diverse privé‑auto's. De inspecteur accepteerde maar de helft van de opgevoerde kilometers als zakelijk en legde voor de andere helft een naheffingsaanslag met een boete op.
De rechtbank Haarlem was het daarmee eens, omdat de directeur niet aannemelijk kon maken dat de gedeclareerde kilometers zakelijk waren.
Er bestaan handige boekjes en nóg handiger elektronische gadgets om uw ritten bij te houden.
Winstuitdeling voor te goedkope grondverkoop
De fiscus is extra alert op transacties tussen een bv en de directeur‑grootaandeelhouder. Soms niet ten onrechte, zo blijkt uit een zaak die onlangs speelde bij de rechtbank Haarlem.
Het ging om een stuk grond dat een dga van zijn eigen bv had gekocht voor een zesde van de prijs waarvoor de bv vergelijkbare stukken grond had verkocht aan derden. De inspecteur legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op met een boete van 50%. De rechtbank handhaafde de navordering omdat de bv niet kon uitleggen waarom de grond zelfs onder de eigen aankoopprijs was verkocht.
Het belastbare voordeel dat de dga had behaald, stelde de rechtbank vast als het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de prijs die de dga had betaald. De rechtbank halveerde wel de boete omdat deze erg hoog uitpakte en omdat de redelijke termijn was overschreden bij de behandeling van de zaak.
In dit soort gevallen kunnen er óók nog blauwe enveloppen worden gestuurd voor de dividendbelasting.
Vrijwilligersregeling nader ingevuld
Vergoedingen aan vrijwilligers zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belasting‑ en premieheffing. De vergoeding mag per maand niet hoger zijn dan EUR 150 en per jaar niet hoger dan EUR 1.500. Ook mag de vrijwilliger niet werken voor een organisatie die valt onder de vennootschapsbelasting (met uitzondering van sportclubs). Dus wel voor een vof, bijvoorbeeld, maar niet voor een bv. Bovendien mogen de activiteiten niet beroepsmatig worden verricht, met een marktconforme betaling. De fiscus accepteert een vergoeding van maximaal EUR 4,50 per uur (of EUR 2,50 per uur bij vrijwilligers tot 23 jaar).
De staatssecretaris heeft onlangs laten weten dat vrijwilligersorganisaties geen urenadministratie hoeven bij te houden.
Vrijgestelde beleggingsinstelling niet voor dga's
Medio vorig jaar werd de 'Vrijgestelde beleggingsinstelling' (VBI) ingevoerd ter voorkoming van uitstroom van vermogen naar het buitenland. Ook directeuren‑grootaandeelhouders lonkten naar de VBI, omdat die een aantrekkelijke mogelijkheid biedt om in de eigen bv te beleggen zonder dat de bv over de winst vennootschapsbelasting hoeft te betalen. Dat kan echter alleen nadat de fiscus een bv heeft aangemerkt als VBI.
De staatssecretaris heeft nu laten weten dat de VBI niet bedoeld is voor individueel vermogensbeheer en dat een dga er geen beroep op kan doen. Ook niet als die de aandelen bezit samen met een echtgenoot en/of de kinderen. De beschikking voor een VBI wordt alleen verstrekt als een bv belegt voor een breed publiek en als er meerdere aandeelhouders zijn.
Twee maal lijfrenteaftrek was toegestaan
Een belastingbetaler gebruikte de afkoopsom van een polis om een lijfrentepolis te kopen en trok de afkoopsom af als lijfrentepremie. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de man de premies voor de eerste polis in eerdere belastingjaren in mindering had gebracht op zijn inkomen.
De rechtbank Leeuwarden was het met de inspecteur eens dat hier sprake was van tweemaal aftrekken. Het hof Leeuwarden stelde echter vast dat de polis bij de eerste verzekeraar een kapitaalverzekering zonder lijfrenteclausule was, hetgeen betekende dat de premie voor de lijfrente voor de tweede polis wel degelijk aftrekbaar was. Dat hij daarvoor kapitaal gebruikte waarvoor hij in eerdere jaren premies in mindering had gebracht, deed er niet toe volgens het hof.
Zelfstandigenaftrek en ondersteunend werk
Een meewerkende echtgenoot heeft geen recht op zelfstandigenaftrek, als het hoofdzakelijk om ondersteunend werk gaat. Maar wat is ‘ondersteunend werk’? Bijvoorbeeld: het runnen van een tankstation bij een garage, vindt de rechter. Een vrouw die dat deed, kwam niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek.
De vrouw hield zich binnen het garagebedrijf vooral bezig met het tankstation en de bijbehorende winkel. Daarnaast verzorgde ze de inrichting van de showroom van de garage, evenals het kasbeheer en de administratie van de garage.
De inspecteur vond dat deze werkzaamheden vooral ondersteunend van aard waren, en weigerde de zelfstandigenaftrek. De rechtbank vond dat meer dan 70% van de werkzaamheden ten behoeve van het samenwerkingsverband tussen het autobedrijf en het tankstation ondersteunend van aard waren. Alleen de uren die besteed waren aan de inkoop van brandstof, het inrichten van de showroom en personeelsmanagement, telden mee als uren voor de zelfstandigenaftrek. Dat aantal was echter te klein om in aanmerking te komen voor zelfstandigenaftrek.
Bewijslast omgekeerd bij meer dan 25% verzwegen inkomsten
Bij een navorderingsaanslag inkomstenbelasting is het in principe aan de inspecteur om te bewijzen dat er inkomsten zijn verzwegen. De rechtbank Arnhem ging onlangs echter akkoord met een omkering van deze bewijslast.
Het ging daarbij om een belastingplichtige die in een strafzaak al tot 30 maanden cel was veroordeeld vanwege het indienen van onjuiste aangiften. De rechtbank vond omkering van de bewijslast gerechtvaardigd bij belastingjaren waarin het verzwegen inkomen minstens 25% bedroeg van het wél aangegeven belastbare inkomen.
De fraudeur kon niet aannemelijk maken dat de correcties van de inspecteur over 1997 en 1998 niet deugden. Toch kwam de fraudeur nog goed weg, want voor de belastingjaren 1999 en 2000, waarin de verzwegen inkomsten minder dan 25% van het aangegeven inkomen waren, bleef de bewijslast bij de inspecteur liggen. Die slaagde er echter niet in de correcties aannemelijk te maken, waarna de rechter de navorderingsaanslag over deze jaren met EUR 4.000 verlaagde.
Overig nieuws
Vakantiedagen goed registreren!
Werkgevers moeten de vakantiedagen van hun werknemers zorgvuldig registreren. Gebeurt dat niet, en maakt een werknemer bij vertrek bezwaar tegen het aantal uren dat volgens de werkgever resteert, dan zal de rechter vaak de kant van de werknemer kiezen.
Bij de kantonrechter in Leeuwarden diende onlangs een zaak van een paardenknecht die recht meende te hebben op uitbetaling van 54 vakantiedagen, terwijl zijn baas er maar 10 wilde uitbetalen. De werknemer stelde dat dit aantal zo hoog was opgelopen door compensatiedagen voor overwerk. Door het ontbreken van een vakantiedagenadministratie kon de werkgever dat niet weerleggen, waarna de 54 dagen alsnog uitbetaald moesten worden.
Aangetekende brief niet altijd afdoende
Als een koper zijn verplichtingen niet nakomt, kan de verkoper hem in gebreke stellen op grond van de bepalingen die vrijwel alle koopaktes hierover bevatten. In dat geval is het wel zaak om de bepalingen naar de letter te volgen, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Haarlem.
Een verkoper probeerde vergeefs een boete van 10% van de verkoopprijs van zijn huis te verhalen op een koper die na het tekenen van de overeenkomst niets meer van zich had laten horen. Hij had de koper conform de koopakte schriftelijk gesommeerd om dit bedrag van EUR 39.500 binnen acht dagen te betalen, maar had dit per aangetekende brief gedaan en niet via een deurwaardersexploot, zoals de bepalingen aangaven.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de koper wel een schadevergoeding kon eisen (het huis was uiteindelijk voor enkele duizenden euro's minder verkocht), maar niet de -- aanzienlijk hogere -- boete.
Geen lage ZVW‑premie voor echtgenoot dga
Een niet‑verzekeringsplichtige dga betaalt sinds 2008 net als gewone ondernemers de lage inkomensafhankelijke bijdrage van 5,1%. Voor wel verplicht verzekerde dga's is dat 7,2%. Dit hoge tarief geldt ook voor de echtgenoot van de dga, als die op de loonlijst van de bv staat, vindt het College Belastingadviseurs.
De bv mag wel de lage premie inhouden en afdragen voor de echtgenoot als die als statutair bestuurder is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en minstens 50% van de aandelen bezit (eventueel samen met de dga en niet alleen op basis van de afspraken over huwelijksgoederen).
In de praktijk is het meestal onverstandig om de echtgenoot alleen voor de lage premie statutair directeur te maken en aandelen over te dragen.
Zwangerschapsverlof voor zelfstandigen
De zwangerschaps‑ en bevallingsuitkering voor zelfstandige moeders keert terug in de Wet arbeid en zorg, omdat (vrouwelijke) zelfstandigen in de praktijk niet zelf een verzekering kunnen sluiten. Struikelblok waren de door veel verzekeraars gehanteerde wachttijd van een jaar en de hoge kosten.
Het zwangerschapsverlof in de nieuwe Zelfstandig‑ en Zwanger‑regeling (ZEZ-regeling) gaat in: 6 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum, gevolgd door een bevallingsverlof van minstens 10 weken. Een vrouw mag blijven werken tot 4 weken voor de bevalling, maar de totale verlofperiode blijft in alle gevallen minstens 16 weken.
De ZEZ‑uitkering is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en is gerelateerd aan de omvang van de werkzaamheden (100% van het minimumloon bij 1225 uur; bij minder uren naar rato van gederfde winst of inkomen, maar de uitkering is nooit hoger dan het eigen inkomen). De uitkering moet tijdig worden aangevraagd bij het UWV (zwangerschapsverklaring meesturen), omdat de uitkeringsduur anders korter kan uitvallen dan 16 weken. De aanvraagformulieren zijn te downloaden via de website van het UWV.
De ZEZ‑regeling wordt van kracht zodra de Eerste Kamer ermee akkoord is gegaan.
Inspecties voor anti‑rookbeleid bedrijven
Sinds 1 januari 2004 moeten werkgevers zorgen voor een rookvrije werkplek. Een werknemer mag nergens op het werk hinder ondervinden van het roken van anderen. Een werknemer mag op het werk wel roken in een speciale rookruimte. Op de eigen werkplek is roken verboden wanneer daar soms ook derden komen, ook als die geen bezwaar hebben tegen het roken.
Het verbod geldt niet voor de publiek toegankelijke delen van horecagelegenheden (waar klanten vanaf 1 juli 2008 alleen nog in een aparte afgesloten ruimte mogen roken) en voor de openlucht (bedrijfsterreinen).
De Voedsel‑ en Warenautoriteit gaat inspecties uitvoeren, te beginnen in de bouw‑ en industriesector. Als een werkgever onvoldoende maatregelen heeft getroffen om rookhinder te voorkomen, volgt een boete van EUR 300. Bij herhaling binnen een jaar EUR 600 boete, bij een tweede herhaling binnen drie jaar EUR 1.200 boete, en bij een derde herhaling binnen vijf jaar EUR 2.400 boete.